Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Onderwerp
2.Belangrijke informatie
3.De beslissing van de kinderrechter
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De kinderrechter had de ondertoezichtstelling verlengd tot 27 juli 2024 en de uithuisplaatsing tot 7 september 2023. De ouders zijn tegen deze beslissingen in hoger beroep gegaan en vorderen afwijzing van de verzoeken tot verlenging.
Het hof heeft het dossier bestudeerd, inclusief het beroepschrift, reacties van de gecertificeerde instelling (GI), en een advies van de raad voor de kinderbescherming. De minderjarige is niet verschenen om zijn mening te geven. Het hof oordeelt dat de verlenging van de uithuisplaatsing tot 1 september 2023 noodzakelijk was vanwege de zorgbehoeften van het kind en de beperkingen van de ouders.
De ondertoezichtstelling wordt door het hof verlengd tot 1 mei 2024. Daarna acht het hof de ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk, gezien de positieve ontwikkelingen en het feit dat de ouders achter de voorgestelde opvoedkundige gezinsbegeleiding staan. Vanaf die datum kan de hulpverlening vrijwillig worden voortgezet. Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking voor de verlenging tot 1 mei 2024 en vernietigt deze voor het vervolg. Het verzoek van de GI tot ondertoezichtstelling vanaf 1 mei 2024 wordt afgewezen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden verlengd tot respectievelijk 1 mei 2024 en 1 september 2023, waarna de ondertoezichtstelling wordt beëindigd.