ECLI:NL:GHARL:2025:1172

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 februari 2025
Publicatiedatum
28 februari 2025
Zaaknummer
Wahv 200.346.594/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 RVV 1990Art. 11 WahvArt. 13a Wahv
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctiebeschikking snelheidsovertreding binnen bebouwde kom

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het rijden met 18 km/u te hard binnen de bebouwde kom op 8 juni 2022. De betrokkene voerde aan dat op de gereden route geen bord H1 aanwezig was. Het hof onderzocht of met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat het bord H1 aanwezig was op het moment van de overtreding.

Uit navraag bij de gemeente bleek niet dat het bord H1 aanwezig was binnen de vereiste termijn van zes maanden vóór en na de overtreding. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de overtreding had plaatsgevonden binnen de bebouwde kom. De sanctiebeschikking werd daarom vernietigd.

Daarnaast werd het verzoek om proceskostenvergoeding toegewezen, waarbij het hof de advocaat-generaal veroordeelde tot vergoeding van € 1.457,25. De overige bezwaren van de betrokkene behoefden geen bespreking meer vanwege het vernietigen van de sanctiebeschikking.

Uitkomst: Sanctiebeschikking snelheidsovertreding binnen bebouwde kom vernietigd wegens onvoldoende bewijs aanwezigheid bord H1.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.346.594/01
CJIB-nummer
: 250121827
Uitspraak d.d.
: 28 februari 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 27 augustus 2024, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 132,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 437,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.
Op 23 december 2024 is nog een e-mailbericht van de gemachtigde ingekomen.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 176,- voor: “18 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom motorvoertuig (geen vrachtauto, autobus, of (…)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 8 juni 2022 om 14:09 uur op de Bijsterhuizen 30e straat in Wijchen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat op de door de bestuurder gereden rijroute geen bord H1 zichtbaar was. Naar aanleiding van het verweerschrift van de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal, waarin de pleeglocatie nader is geduid, heeft de gemachtigde de door de bestuurder gereden rijroute opgegeven.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de vaststelling dat met mobiele radarapparatuur, meer specifiek een Jenoptik, is gemeten dat voornoemd voertuig met een (gecorrigeerde) snelheid van 68 km/h heeft gereden, terwijl de maximum toegestane snelheid 50 km/h bedroeg. De rijrichting van het voertuig was van het Palkerplein naar de Nieuweweg. Ook bevat het dossier een foto van de gedraging.
4. De betrokkene wordt verweten te hebben gehandeld in strijd met artikel 20, aanhef en onder a, van Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) dat bepaalt dat de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 50 km/h bedraagt. Het begin van de bebouwde kom wordt aangegeven door middel van een bord H1 van bijlage 1 van het RVV 1990. Om vast te kunnen stellen dat de gedraging is verricht is niet noodzakelijk dat wordt vastgesteld dat iedere toegangsweg tot de bebouwde kom van een bord H1 is voorzien. Voldoende is dat de toegangsweg waarlangs de bestuurder van het voertuig de bebouwde kom is ingereden is voorzien van een bord H1 (vgl. het arrest van het hof van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803).
5. Uitgangspunt daarbij is dat de aanwezigheid van de bebording ten tijde van de gedraging met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld als blijkt dat deze bebording aanwezig was op enig moment niet meer dan zes maanden vóór en niet meer dan zes maanden ná de gedraging. Is één van deze termijnen langer, dan zal uit (nadere) stukken moeten blijken dat na verificatie van daarvoor beschikbare bronnen is gebleken dat dit bord in de tussentijd niet is verwijderd of vervangen (vgl. het arrest van het hof van 12 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7804).
6. In een reactie op de nadere toelichting van de gemachtigde heeft de advocaat-generaal naar voren gebracht dat uit navraag bij de betreffende gemeente niet is gebleken dat hieraan is voldaan. Dit betekent dat op grond van de in deze zaak aanwezige informatie niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat er op de rijroute van de betrokkene een bord H1 aanwezig was. Niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Gelet hierop behoeven de overige bezwaren van de betrokkene tegen de inleidende beschikking geen bespreking meer. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof beslissen als hierna vermeld.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 647,- en voor het (hoger) beroep € 907,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Het hof past op de in beroep bij de kantonrechter en in hoger beroep verrichte proceshandelingen niet de factor, genoemd in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv (nieuw) toe, omdat het hof deze bepaling buiten toepassing laat (vgl. de arresten van het hof van 17 december 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7764, 7768 en 7769). Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.457,25 (= (1 x € 647,- x 0,5) + (2,5 x € 907,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.457,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.