ECLI:NL:GHARL:2022:7804
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- de Witt
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Jurisprudentie over vaststelling aanwezigheid verkeersbebording bij snelheidsoverschrijding
De betrokkene werd gesanctioneerd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 12 km/u op een weg buiten de bebouwde kom. De betrokkene betwistte de aanwezigheid van de juiste verkeersbebording op het moment van de overtreding, stellende dat het dossier geen schouwrapport bevatte van na de gedraging.
Het hof onderzocht de bewijsvoering, waaronder een schouwrapport van vóór de gedraging en een Google Street View afbeelding van na de gedraging, en stelde vast dat de bebording met voldoende zekerheid aanwezig was. Het hof verduidelijkte en preciseerde zijn jurisprudentie omtrent de vaststelling van bebording, waarbij het geen onderscheid meer maakt tussen handhaving via flitspalen en zone/komborden.
Voortaan geldt dat de aanwezigheid van bebording moet blijken uit stukken die aantonen dat het bord maximaal zes maanden vóór en maximaal zes maanden na de gedraging aanwezig was. Indien een van deze termijnen langer is, is aanvullende verificatie bij de wegbeheerder vereist. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd en het beroep van de betrokkene wordt ongegrond verklaard.