De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €300 wegens het rijden met een voertuig waarvan het uitlaatsysteem niet over de gehele lengte gasdicht was. De kantonrechter matigde deze boete tot €225 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De betrokkene ontkende de gedraging, stellende dat niet vaststaat dat hij daadwerkelijk heeft gereden met het voertuig. Het hof stelde echter vast dat de ambtenaar de betrokkene rijdend heeft waargenomen en dat de constatering van de niet deugdelijke uitlaat na staandehouding voldoende bewijs vormt dat de uitlaat ook tijdens het rijden niet in orde was.
Het hof verwierp het verweer van de betrokkene en bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Tevens wees het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af. De sanctie blijft derhalve €225.