ECLI:NL:GHARL:2025:1417

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 maart 2025
Publicatiedatum
11 maart 2025
Zaaknummer
Wahv 200.345.219
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.2.11 Regeling voertuigenArt. 5.6.80 Regeling voertuigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor rijden met niet gasdichte uitlaat ondanks betwisting

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €300 wegens het rijden met een voertuig waarvan het uitlaatsysteem niet over de gehele lengte gasdicht was. De kantonrechter matigde deze boete tot €225 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

De betrokkene ontkende de gedraging, stellende dat niet vaststaat dat hij daadwerkelijk heeft gereden met het voertuig. Het hof stelde echter vast dat de ambtenaar de betrokkene rijdend heeft waargenomen en dat de constatering van de niet deugdelijke uitlaat na staandehouding voldoende bewijs vormt dat de uitlaat ook tijdens het rijden niet in orde was.

Het hof verwierp het verweer van de betrokkene en bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Tevens wees het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af. De sanctie blijft derhalve €225.

Uitkomst: De boete van €225 voor rijden met een niet gasdichte uitlaat wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.345.219/01
CJIB-nummer
: 248795462
Uitspraak d.d.
: 10 maart 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 12 juni 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 225,-. Voor de beslissing op het verzoek om een proceskostenvergoeding is verwezen naar een uitspraak in een andere zaak.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 300,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl deze niet is voorzien van een over de gehele lengte gasdichte uitlaat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 april 2022 om 20.09 uur op de Europaweg (A12) in Arnhem met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 225,- omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent en de kantonrechter ten onrechte heeft vastgesteld dat de gedraging is verricht. Uit de beschikbare gegevens volgt niet dat de betrokkene heeft gereden, wat essentieel is voor de vaststelling van de gedraging. Dat de betrokkene bij staandehouding liet weten dat hij wist dat de uitlaat moest worden gerepareerd, vormt in combinatie met de aanname dat de autosnelweg rijdend is bereikt, onvoldoende om de gedraging vast te stellen. Vastgesteld moet worden dat de ambtenaar de betrokkene rijdend heeft waargenomen.
4. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat de uitlaat onder het voertuig hing. Ik hoorde dat de uitlaat niet luchtdicht was. Ik hoorde dat de uitlaat lek was. Ik verbalisant hoorde bij het bedienen van het gaspedaal dat er een hard geluid uitkwam welke mij ambtshalve bekend is als zijnde een lekke uitlaat. (…)
Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…)
Verklaring betrokkene: Ik wist het. Ik had een afspraak gemaakt.”
6. In het dossier bevindt zich verder een foto van de betreffende uitlaat die de ambtenaar heeft gemaakt.
7. De gedraging is een overtreding van het bepaalde in artikel 5.2.11, eerste lid, van de Regeling voertuigen (Rv), in verbinding met artikel 5.6.80, eerste lid, van die regeling.
8. Gelet op deze bepalingen is het een bestuurder verboden te rijden met een personenauto met een uitlaatsysteem dat niet over de gehele lengte gasdicht is. Anders dan de gemachtigde kennelijk meent is voor de vaststelling van de gedraging niet vereist dat de gedraging tijdens het rijden wordt geconstateerd. De constatering dat de uitlaat van het voertuig, waar de betrokkene als bestuurder in reed, niet deugdelijk was is eerst na staandehouding gedaan. Hieruit volgt naar het oordeel van het hof genoegzaam dat het niet anders kan zijn dan dat de uitlaat ook ten tijde van het aan de staandehouding voorafgaande rijden niet deugdelijk was (vgl. het arrest van het hof van 12 februari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:990). Het hof ziet in wat de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht.
9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.