ECLI:NL:GHARL:2025:1584

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 maart 2025
Publicatiedatum
19 maart 2025
Zaaknummer
Wahv 200.347.916/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging matiging sanctie voor vasthouden mobiel tijdens rijden na schending hoorplicht en termijnoverschrijding

De betrokkene werd als kentekenhouder gesanctioneerd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 26 augustus 2022. De kantonrechter matigde de oorspronkelijke sanctie van €350,- tweemaal met 25%, vanwege schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn van berechting, waardoor het sanctiebedrag uitkwam op €196,88.

De gemachtigde van de betrokkene voerde in hoger beroep aan dat de betrokkene de gedraging ontkende en dat de matigingen cumulatief toegepast hadden moeten worden, wat zou leiden tot een matiging van 50%. Het hof oordeelde dat de enkele ontkenning onvoldoende is om twijfel te zaaien over de vastgestelde feiten en dat de situatie niet vergelijkbaar is met eerdere jurisprudentie waarop de gemachtigde zich baseerde.

Het hof stelde vast dat de kantonrechter beide matigingsgronden correct en cumulatief had toegepast door het sanctiebedrag tweemaal met 25% te verlagen. Het verzoek om verdere matiging en proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het arrest bevestigt daarmee de beslissing van de kantonrechter en handhaaft het sanctiebedrag van €196,88.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de matiging van de sanctie tot €196,88 en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.347.916/01
CJIB-nummer
: 252036656
Uitspraak d.d.
: 19 maart 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant van 1 oktober 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 196,88. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 437,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 350,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 augustus 2022 om 14.29 uur op de Raadhuislaan in Oss met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd met 25 procent tot een bedrag van
€ 262,50 omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden. Dat gematigde bedrag heeft de kantonrechter vervolgens gematigd met 25 procent tot een bedrag van € 196,88 in verband met de schending van de hoorplicht door de officier van justitie.
3. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent.
4. Deze enkele ontkenning vormt geen reden tot twijfel aan de gegevens in het dossier op basis waarvan de gedraging kan worden vastgesteld. Deze grond treft geen doel.
5. De gemachtigde voert verder aan dat de door de kantonrechter toegepaste matiging van het sanctiebedrag niet klopt. In deze zaak zijn beide matigingsgronden in de fase bij de kantonrechter vastgesteld. Om die reden dienen de matigingen cumulatief te worden toegepast. Het bedrag van de sanctie had dan ook met 50 procent gematigd moeten worden in plaats van tweemaal een matiging van 25 procent. De gemachtigde verwijst hierbij naar het arrest van het hof van 27 augustus 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5412.
6. Het hof stelt vast dat de zaak waarnaar de gemachtigde verwijst niet vergelijkbaar is met de onderhavige zaak. In die zaak heeft de advocaat-generaal met gebruikmaking van zijn eigenstandige
matigingsbevoegdheid het bedrag van de sanctie gematigd met 25 procent wegens schending van de hoorplicht door de officier van justitie. Dit betreft een beslissing die de beslissing van de officier van justitie heeft vervangen. Vervolgens heeft het hof geoordeeld dat de kantonrechter ten onrechte het bedrag van de sanctie niet had gematigd met 25 procent wegens schending van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg en heeft dit - doende wat de kantonrechter had behoren te doen - alsnog gedaan. Dit is een andere situatie dan die in de onderhavige zaak waarin de kantonrechter beide matigingsgronden heeft toegepast en tweemaal het bedrag van de sanctie heeft gematigd. Onder verwijzing naar het arrest van het hof van 19 februari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1215, stelt het hof vast dat de kantonrechter in de onderhavige zaak het gematigde sanctiebedrag juist heeft vastgesteld.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.