Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
Aanvulling van de gronden
De richtlijn en het verdrag laten onverlet dat strengere bepalingen worden aangenomen om het witwassen van geld aan te pakken. Een dergelijke strengere aanpak is gerechtvaardigd omdat opzet nogal eens moeilijk is te bewijzen, terwijl er wel sprake is van aanmerkelijke onvoorzichtigheid. In dat laatste geval zal bewezen moeten worden dat de verdachte bij enig nadenken had kunnen vermoeden dat het voorwerp afkomstig was uit enig misdrijf. Dit bewijs is doorgaans eenvoudiger te leveren dan het bewijs van opzet.”