ECLI:NL:GHARL:2025:1698

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 maart 2025
Publicatiedatum
25 maart 2025
Zaaknummer
Wahv 200.346.770/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:19 AwbArt. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke beoordeling schending hoorplicht en sanctie rijden op fietspad

De betrokkene kreeg een sanctie van €150 opgelegd voor het rijden op een fietspad op 12 februari 2023 in Amsterdam. De gemachtigde van de betrokkene stelde dat de hoorplicht was geschonden omdat hij voor een fysieke hoorzitting was uitgenodigd terwijl volgens afspraken hoorzittingen telefonisch zouden plaatsvinden.

Het hof constateerde dat de hoorplicht inderdaad was geschonden doordat de gemachtigde niet telefonisch werd gehoord, maar dit was geen structurele schending die tot compensatie zou leiden. De sanctie werd inhoudelijk beoordeeld; het hof wijzigde de feitcode en het sanctiebedrag naar stilstaan op het fietspad (€100).

De betrokkene voerde aan dat er ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden, maar het hof oordeelde dat onder de omstandigheden geen reële mogelijkheid bestond om de bestuurder aan te houden. Het beroep tegen de sanctie werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de sanctie wordt ongegrond verklaard ondanks schending van de hoorplicht; sanctie blijft gehandhaafd met aangepaste feitcode en bedrag.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.346.770/01
CJIB-nummer
: 255728422
Uitspraak d.d.
: 25 maart 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “R315a - rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 februari 2023 om 01.17 uur op de Westhavenweg in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de hoorplicht is geschonden door de officier van justitie. Tegen de afspraken in is hij uitgenodigd voor een fysieke hoorzitting, terwijl hij klaar zat om gebeld te worden voor een telefonische hoorzitting. De gemachtigde heeft enkele emailwisselingen met het Parket CVOM over uitnodigingen voor een fysieke hoorzitting in deze en andere zaken bijgevoegd.
3. Op grond van het bepaalde in artikel 7:19, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het uitgangspunt dat het horen in het openbaar geschiedt. Gegeven dit uitgangspunt bestaat er geen recht om telefonisch te worden gehoord. Het bestuursorgaan kan - ondanks het verzoek om telefonisch te worden gehoord - bepalen dat het horen in het openbaar geschiedt.
4. Het hof stelt vast dat de gemachtigde van de betrokkene in het administratief beroepschrift heeft verzocht om te worden gehoord. In het dossier bevindt zich een uitnodiging voor een fysieke hoorzitting en een hoorverslag waaruit volgt dat de gemachtigde niet is verschenen. De gemachtigde had in dit geval echter (alsnog) telefonisch gehoord moeten worden, omdat uit het betoog van de gemachtigde en bevestiging daarvan door het Parket CVOM - na navraag door de advocaat-generaal -, volgt dat de hoorzittingen met deze gemachtigde volgens gemaakte afspraken in beginsel telefonisch plaatsvinden. Door de gemachtigde in dit geval enkel voor een fysieke zitting uit te nodigen, is de hoorplicht in deze zaak geschonden. De beslissing van de kantonrechter zal worden vernietigd, evenals - met gegrondverklaring van het beroep daartegen - de beslissing van de officier van justitie. Vervolgens zal het hof het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen.
5. Met betrekking tot de inleidende beschikking voert de gemachtigde aan dat in de verklaringen niets wordt vermeld over rijden. Daarom moet de sanctie worden vernietigd, dan wel de feitcode gewijzigd naar R315b. Daarnaast blijft de betrokkene erbij dat er ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Tot slot voert de gemachtigde aan dat het bedrag van de sanctie moet worden gematigd met 25 procent in verband met de schending van de hoorplicht.
6. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de feitcode, omschrijving van de gedraging en het sanctiebedrag moeten worden gewijzigd in “R315b - stilstaan op een fietspad” en € 100,-.
7. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
8. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat het voertuig reed op een door bord G12a RVV 1990 aangeduid weggedeelte dat is bestemd voor het verkeer van fietsers en/of bromfietsers, zijnde een fiets-/bromfietspad. (…)
Reden geen staandehouding: meerdere overtredingen bij hetzelfde evenement.”
9. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal, waarin de ambtenaar onder meer verklaart:
“Op deze bewuste avond was er wederom sprake van een straatrace dan wel autosamenkomst. Hierbij verzamelden zich zeer veel voertuigen minimaal 100 voertuigen met een schatting van ongeveer 200 tot 250 personenauto’s (het hof begrijpt: personen) zich op een locatie in het havengebied van Amsterdam. Deze groep auto’s verplaatste zich naar de Westhavenweg. Hierbij werd aan beide zijden van de weg geparkeerd. Dit is de doorgaande rijbaan in twee rijrichtingen en geen sprake van parkeervakken op de openbare weg. De voertuigen werden veelal schuin op het wegdek geplaatst en de voertuigen verlaten. Naast de Havenweg ligt een fietspad. Dit fietspad werd volledig geblokkeerd voor doorgaand verkeer alsmede hulpdiensten konden geen doorgang vinden. (…) Daar er meerdere voertuigen op het fietspad geparkeerd stonden en niet van elk voertuig afzonderlijk de persoonsgegevens van de bestuurders konden worden genoteerd door het op grote schaal overtreden van bovengenoemde feitcode hebben wij getracht zoveel als mogelijk kentekens te noteren om deze zo spoedig mogelijk te verbaliseren voor deze feitcode.”
10. Uit de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht volgt dat hij heeft gezien dat met het voertuig van de betrokkene op het fietspad werd gereden. Hoewel dat in het aanvullend proces-verbaal niet (nogmaals) specifiek wordt verklaard, kan naar oordeel van het hof op basis van de gegevens in het dossier worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De enkele ontkenning dat sprake was van rijden, geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van die gegevens.
11. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
12. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de verklaringen van de ambtenaar voldoende dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Er waren meerdere overtredingen en de voertuigen werden na het parkeren verlaten. Mede in aanmerking genomen de hoeveelheid voertuigen en personen ter plaatse, is er onder die omstandigheden geen reële mogelijkheid om aanstonds de identiteit van de bestuurder vast te stellen. De grond faalt.
13. Voor zover de gemachtigde verzoekt om matiging van de sanctie in verband met de schending van de hoorplicht overweegt het hof als volgt. In dit geval is de hoorplicht in een individuele zaak geschonden doordat de gemachtigde is uitgenodigd voor een andere vorm van een hoorzitting dan die zijn voorkeur heeft en kennelijk was afgesproken. De gemachtigde heeft weliswaar voorbeelden genoemd van diverse redenen waarom van het horen is afgezien door de officier van justitie, maar niet is gebleken dat sprake is van een schending met een zodanig structureel karakter dat de betrokkene, die is bijgestaan door een professioneel gemachtigde, zodanig in diens belangen is geschaad dat een compensatie moet worden geboden. Het betreft hier niet het in grote getale geheel achterwege laten van hoorzittingen, in welke vorm dan ook. De verwijzing van de gemachtigde naar overwegingen 8. en 9. van het arrest van het hof van 11 september 2024 (te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2024:5796), gaat dan ook niet op.
14. Gelet op het voorgaande zal het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond worden verklaard. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.