De betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A67 te Eersel op 1 december 2021. De kantonrechter matigde de sanctie wegens schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn. In hoger beroep betoogde de gemachtigde dat de verklaring van de ambtenaar onduidelijk en onvoldoende was, mede omdat de ambtenaar die de gedraging waarneemt een ander was dan degene die de staandehouding verrichtte.
Het hof oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar zonder nadere toelichting niet als juist kan worden aangemerkt. De betrokkene ontkende de gedraging bij staandehouding en gaf aan een chocoladereep te hebben gegeten, hetgeen hij ook toonde. Het dossier bevatte onvoldoende gegevens om de gedraging vast te stellen. De officier van justitie had een nadere toelichting moeten vragen maar deed dit niet.
Het hof vernietigde daarom de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. Dit arrest werd uitgesproken door mr. Van Schuijlenburg op 9 april 2025 te Leeuwarden.