Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die machtiging verleende tot uithuisplaatsing van haar kind in een pleeggezin of gezinshuis. De kinderrechter had de kinderen onder toezicht gesteld en een machtiging verleend tot uithuisplaatsing tot 27 juni 2025.
Tijdens de procedure heeft de moeder haar verzoek tot schorsing ingetrokken, waardoor zij niet-ontvankelijk werd verklaard in dat verzoek. Het hof heeft de bestreden beschikking inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinshuis terecht is verleend, gezien de ernstig tekortschietende opvoedingsvaardigheden van de moeder en de ontwikkelingsbedreigingen en veiligheidsrisico’s voor de kinderen.
Het hof verbeterde het oordeel van de kinderrechter door de machtiging voor plaatsing in een pleeggezin te vernietigen, aangezien de kinderen inmiddels in een gezinshuis zijn geplaatst. De moeder kon ondanks intensieve begeleiding niet voldoende zorg bieden. Het belang van de kinderen om samen te blijven wonen in een stabiele omgeving woog zwaar. Het hof bekrachtigde daarom de machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinshuis en wees het beroep van de moeder op andere punten af.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinshuis wordt bekrachtigd, de machtiging voor plaatsing in een pleeggezin wordt vernietigd.