ECLI:NL:GHARL:2025:231
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens overschrijding redelijke termijn bij vasthouden mobiel apparaat op fiets
De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €140,- wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het fietsen op 9 juni 2022 in 's-Gravenhage. De betrokkene ontkende de gedraging, maar dit werd niet aannemelijk geacht. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees matiging van de sanctie af, omdat de overschrijding van de redelijke termijn aan de betrokkene werd toegerekend.
In hoger beroep stelde de gemachtigde dat de overschrijding niet aan de betrokkene te wijten was en verzocht om matiging van de sanctie met 25%. Het hof constateerde dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, maar dat deze overschrijding niet in overwegende mate aan de betrokkene of zijn gemachtigde kon worden toegerekend. Het hof matigde daarom het sanctiebedrag met 25%.
Daarnaast veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van €907,-. De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd en het beroep van de betrokkene werd gegrond verklaard. Het sanctiebedrag werd verlaagd naar €105,-. Tevens werd bepaald dat teveel gestelde zekerheid wordt gerestitueerd.
Uitkomst: Sanctie wegens vasthouden mobiel apparaat op fiets gematigd naar €105,- wegens overschrijding redelijke termijn.