Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, alsmede het verzoek tot wijziging van de zorgregeling. De machtiging tot uithuisplaatsing was reeds meerdere malen verlengd en de minderjarige verbleef sinds januari 2021 bij pleegouders. De ouders hadden gezamenlijk gezag.
De moeder verzocht vernietiging van de verlenging van de machtiging, terwijl de vader in incidenteel hoger beroep vroeg om uitbreiding van zijn contactmomenten met de minderjarige. De gecertificeerde instelling (GI) en de moeder voerden verweer tegen de verzoeken.
Het hof oordeelde dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk en rechtmatig was vanwege de complexe opvoedingsbehoefte van de minderjarige en de ongeschiktheid van de moeder om een veilig opvoedklimaat te bieden. Het perspectiefbesluit van de GI kon niet zelfstandig worden getoetst door de rechter.
Ten aanzien van de zorgregeling stelde het hof vast dat het contact tussen de vader en de minderjarige kon worden uitgebreid van twee naar vier uur per twee weken onder begeleiding, mede vanwege het belang van het kind en het ontbreken van contra-indicaties. De GI kreeg de opdracht om de begeleiding te monitoren en zo mogelijk af te bouwen.
De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd voor de verlenging van de machtiging en vernietigd voor de afwijzing van de zorgregeling, met een nieuwe regeling voor de omgang tussen vader en kind.