ECLI:NL:GHARL:2025:2437
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- A. van Maanen
- C.H. Zuur
- P.T.C. van Kampen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in beleggingsfraudezaak
Betrokkene is in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €550.139,- en betaling aan de Staat werd opgelegd.
Het hof overweegt dat de vordering van de benadeelde partij, die onherroepelijk is vastgesteld op ruim €20 miljoen, in mindering moet worden gebracht op het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel. Op grond van de gunstigste wettelijke bepaling, zoals die gold vóór 1 januari 2014, leidt dit tot een vaststelling van het voordeel op nihil.
Daarmee wijst het hof de vordering tot betaling aan de Staat af en vernietigt het het vonnis van de rechtbank. De zaak betreft een complexe beleggingsfraude met bewezen feiten van leidinggeven aan een rechtspersoon die beleggers heeft opgelicht, bankbreuk en witwassen.
De Hoge Raad heeft eerder het arrest van het hof bevestigd, waardoor de ontnemingsvordering van de benadeelde partij definitief vaststaat. Het hof past de oude gunstigste wetgeving toe en volgt daarmee het standpunt van de advocaat-generaal en de verdediging.
Het arrest is uitgesproken door het hof Arnhem-Leeuwarden op 23 april 2025 na behandeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil en wijst de vordering tot betaling aan de Staat af.