Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de uithuisplaatsing van haar minderjarige kind, welke door de kinderrechter is toegestaan tot 9 mei 2025. De moeder betwist de noodzaak van deze verlenging en het achterliggende onderzoek, terwijl de gecertificeerde instelling (GI) en de vader het belang van voortzetting van de uithuisplaatsing en het NIFP-onderzoek benadrukken.
De feiten tonen aan dat de minderjarige sinds 2018 onder gezamenlijk gezag staat en sinds 2022 onder toezicht is gesteld. De uithuisplaatsing vindt plaats in een netwerkpleeggezin bij de grootmoeder van vaderszijde. De moeder heeft beschuldigingen van seksueel misbruik geuit tegen de vader en diens vader, wat grote impact heeft gehad op het kind en het vertrouwen tussen ouders heeft beschadigd.
Het hof oordeelt dat het NIFP-onderzoek noodzakelijk is om de psychische gesteldheid en opvoedvaardigheden van de moeder en stiefvader te beoordelen, evenals de terugplaatsingsmogelijkheden van het kind. Ondanks de lange wachttijd is het onderzoek nu spoedig te starten. Het hof bekrachtigt daarom de verlenging van de uithuisplaatsing, omdat zonder dit onderzoek de veiligheid en continuïteit van de verzorging niet gewaarborgd kunnen worden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing van de minderjarige tot 9 mei 2025 vanwege het belang van veiligheid en het noodzakelijke NIFP-onderzoek.