Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
stichting Samen Veilig Midden-Nederland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn ouders van twee minderjarige kinderen die sinds 2021 onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling (GI). De kinderen zijn sinds 2022 geplaatst bij gezinshuisouders en verblijven één weekend per maand bij de moeder. De rechtbank had het eenhoofdig gezag van de moeder beëindigd en de GI tot voogd benoemd, een beschikking waartegen de moeder in hoger beroep ging.
De moeder erkent dat de kinderen in het gezinshuis zullen opgroeien en berust daarin, maar stelt dat het gezag behouden kan blijven om jaarlijkse verlengingsprocedures van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing te voorkomen. De raad stelt dat de moeder onvoldoende veiligheid en stabiliteit kan bieden en dat het belang van de kinderen bij duidelijkheid en continuïteit het gezag van de moeder beëindigen rechtvaardigt.
Het hof overweegt dat de kinderen ernstige ontwikkelingsbedreigingen hebben ondervonden in de thuissituatie en dat de aanvaardbare termijn voor terugplaatsing is verstreken. Het voortduren van het gezag zou leiden tot voortdurende verlengingsprocedures die onrust veroorzaken. Het belang van de kinderen bij een stabiele opvoedsituatie en ongestoord hechtingsproces weegt zwaarder dan het belang van de moeder bij gezagsbehoud.
Het hof acht de gezagsbeëindiging proportioneel en noodzakelijk in het belang van de kinderen en niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd. De moeder blijft emotioneel betrokken en de GI zal haar betrekken bij het leven van de kinderen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder en benoemt de GI tot voogd, waarmee het verblijf van de kinderen in het gezinshuis wordt bestendigd.