Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Zeeland-West-Brabant van 11 november 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
21 augustus 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:5340), aan dat het plan van aanpak waarmee het openbaar ministerie heeft ingestemd, niet de digitale handhaving op de onderhavige pleeglocatie omvat. Gelet hierop moet worden vastgesteld dat met betrekking tot de onderhavige digitale handhaving niet wordt voldaan aan hetgeen in de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: Regeling) is vermeld. Dat brengt mee dat de ambtenaar niet bevoegd was om de onderhavige sanctie wegens overtreding van artikel 10 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) op te leggen. De inleidende beschikking kan niet in stand blijven.
De onder 1. vermelde gedraging betreft een overtreding van artikel 10, eerste lid, van het RVV 1990. Uit de gegevens in het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging geautomatiseerd is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd door een camera. Er is dus sprake van digitale handhaving. De sanctie is blijkens de gegevens in het zaakoverzicht opgelegd door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) van het domein Openbare ruimte.
Vkb-def-2019-19. Gepubliceerd op 27 januari 2021 in de Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden 2021 nr. 3585.