ECLI:NL:GHARL:2025:2594

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 april 2025
Publicatiedatum
28 april 2025
Zaaknummer
Wahv 200.349.953/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar bij digitale handhaving op Nieuwlandstraat in Tilburg

In deze zaak stond de bevoegdheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) centraal om een sanctie op te leggen voor een verkeersovertreding die digitaal werd geconstateerd op de Nieuwlandstraat in Tilburg. De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rijden op het trottoir, een overtreding van artikel 10 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat het plan van aanpak, dat de digitale handhaving regelt, niet de betreffende locatie omvatte en dat de instemmingsverklaring geen terugwerkende kracht had. Het hof onderzocht het plan van aanpak en de instemmingsverklaring en concludeerde dat het plan van aanpak van mei 2020 wel degelijk de Nieuwlandstraat omvatte en dat instemming door het Openbaar Ministerie reeds op 12 maart 2021 was verleend.

Daarmee was voldaan aan de voorwaarden uit de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar en was de boa bevoegd om de sanctie op te leggen. Het hof verwierp het beroep van de betrokkene en bevestigde de beslissing van de kantonrechter, waarbij ook het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het beroep af; de opgelegde sanctie blijft van kracht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.349.953/01
CJIB-nummer
: 256388563
Uitspraak d.d.
: 28 april 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 11 november 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 februari 2023 om 18.10 uur op de Nieuwlandstraat in Tilburg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert, onder verwijzing naar het arrest van het hof van
21 augustus 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:5340), aan dat het plan van aanpak waarmee het openbaar ministerie heeft ingestemd, niet de digitale handhaving op de onderhavige pleeglocatie omvat. Gelet hierop moet worden vastgesteld dat met betrekking tot de onderhavige digitale handhaving niet wordt voldaan aan hetgeen in de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: Regeling) is vermeld. Dat brengt mee dat de ambtenaar niet bevoegd was om de onderhavige sanctie wegens overtreding van artikel 10 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) op te leggen. De inleidende beschikking kan niet in stand blijven.
3.
De onder 1. vermelde gedraging betreft een overtreding van artikel 10, eerste lid, van het RVV 1990. Uit de gegevens in het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging geautomatiseerd is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd door een camera. Er is dus sprake van digitale handhaving. De sanctie is blijkens de gegevens in het zaakoverzicht opgelegd door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) van het domein Openbare ruimte.
4. De ten tijde van de gedraging geldende Regeling bepaalde ten aanzien van de bevoegdheid van de boa Openbare ruimte in de bij deze Regeling behorende bijlage, voor zover hier van belang, het volgende:
“De boa Openbare ruimte is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet. (…)
Voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer: de artikelen (…) 10 (…) RVV (…).
Digitaal handhaven is slechts mogelijk op overtreding van het RVV en na instemming van het Openbaar Ministerie. Een aanvraag tot instemming wordt getoetst aan de door het Openbaar Ministerie hiertoe vastgestelde kaders. De toepasselijke kaders zijn te vinden op www.om.nl/digitaalhandhavenRVV;”.
5. Het dossier bevat een algemeen proces-verbaal d.d. 21 september 2022. In dit proces-verbaal verklaart de ambtenaar:
“Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg heeft op 24 maart 2020 besloten om de Nieuwlandstraat, ten zuiden van de Korte Tuinstraat en ten oosten van Heuvelstraat 140 toe te voegen aan het voetgangersgebied. Deze verkeersmaatregel is geregeld met het volgende besluit: Verkeersbesluit d.d. 19 januari 2021 inzake afsluiting Nieuwlandstraat met registratienummer
Vkb-def-2019-19. Gepubliceerd op 27 januari 2021 in de Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden 2021 nr. 3585.
Besloten is om het voetgangersgebied aangeduid middels zonaal verkeersbord G7 uit Bijlage 1 van het RVV 1990 met een camera te handhaven.”
6. De advocaat-generaal heeft in het verweerschrift naar voren gebracht dat aan het genoemde arrest van het hof van 21 augustus 2024 ten grondslag ligt dat de advocaat-generaal in die zaak niet de juiste stukken heeft bijgevoegd. De advocaat-generaal heeft in de onderhavige zaak het plan van aanpak d.d. 20 mei 2020 bijgevoegd, alsmede de instemmingsverklaring d.d. 5 september 2024. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat gelet op deze stukken, de digitale handhaving op de Nieuwlandstraat in Tilburg aan alle gestelde voorwaarden voldoet.
7. Het hof stelt vast dat het overgelegde plan van aanpak d.d. 20 mei 2020 met als titel “Weren doorgaand autoverkeer kruising Nieuwlandstraat - Heuvelstraat (Radiopleintje)” betreffende de gemeente Tilburg de hier relevante digitale handhaving op de Nieuwlandstraat omvat. In de verklaring van instemming d.d. 5 september 2024 is aangegeven dat het plan van aanpak d.d. 20 mei 2020 door het Parket CVOM is beoordeeld en akkoord bevonden. Verder is bevestigd dat door het Parket CVOM (ook) instemming is verleend om aan de Nieuwlandstraat digitaal te mogen handhaven op een overtreding van het RVV 1990.
8. In reactie op het verweerschrift voert de gemachtigde aan dat de instemmingsverklaring is gedateerd 5 september 2024 en geen terugwerkende kracht heeft. De ambtenaar was ten tijde van de gedraging dan ook niet bevoegd om de onderhavige sanctie op te leggen.
9. Ten aanzien hiervan overweegt het hof dat uit de omstandigheid dat de instemmingsverklaring is gedateerd 5 september 2024 niet volgt dat er (pas) op die datum instemming is verleend. Uit de verklaring van instemming d.d. 5 september 2024 kan worden opgemaakt dat reeds eerder is ingestemd met het plan van aanpak d.d. 20 mei 2020 door het Parket CVOM. De advocaat-generaal heeft nadere informatie ingebracht met daarin een verklaring van een beleidsmedewerker van het Parket CVOM waaruit naar voren komt dat op 12 maart 2021 expliciet instemming is verleend om digitaal te handhaven op de Nieuwlandstraat.
10. Er is derhalve instemming verleend vóór de onderhavige gedraging. De grond dat instemming ontbreekt en aldus niet is voldaan aan de Regeling faalt. Dit brengt mee dat de ambtenaar bevoegd was om digitaal te handhaven op de onderhavige gedraging.
11. Het hof zal voorbijgaan aan de opmerking van de gemachtigde in de nadere toelichting op het beroep dat de kantonrechter ten onrechte samenhang heeft aangenomen met vijf andere zaken, nu de kantonrechter in deze zaak geen proceskostkostenvergoeding heeft toegekend en derhalve evenmin samenhang heeft aangenomen.
12. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Gegeven deze beslissing zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.