ECLI:NL:GHARL:2025:2641

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 april 2025
Publicatiedatum
29 april 2025
Zaaknummer
Wahv 200.347.791/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor snelheidsoverschrijding na betwisting boordsnelheidsmeting

De betrokkene werd beboet voor het rijden met 29 km/u te hard op de Ringweg Zuid/Rijksweg A10 in Amsterdam op 26 juni 2023. De boete werd opgelegd op basis van een boordsnelheidsmeting door een aangewezen ambtenaar.

De betrokkene betwistte de juistheid van de meting en verwees naar een vergelijkbare zaak waarbij volgens hem de meting niet rechtsgeldig was vanwege het gelijktijdig meten van meerdere voertuigen zonder uitloopmeting. Het hof oordeelde echter dat uit de wet en jurisprudentie niet blijkt dat een uitloopmeting vereist is bij het meten van meerdere voertuigen.

De verklaring van de ambtenaar en het zaakoverzicht toonden aan dat de meting met een vrijwel gelijkblijvende tussenafstand van 150 meter is uitgevoerd, conform de geldende aanwijzingen. De enkele stelling van de betrokkene dat de ambtenaar geen constante afstand kon houden is onvoldoende om aan de juistheid van de meting te twijfelen.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter die het beroep ongegrond verklaarde en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het hof bevestigt de boete van €317,- voor 29 km/u te hard rijden en wijst het beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.347.791/01
CJIB-nummer
: 258900882
Uitspraak d.d.
: 29 april 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 28 augustus 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 317,- voor:
“29 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (bord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 juni 2023 om 13:43 uur op de Ringweg Zuid/Rijksweg A10 in Amsterdam-Duivenrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken1] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent. Daarnaast voert hij aan dat de meting in de onderhavige zaak identiek is aan een meting in een andere zaak, waarvan het zaakoverzicht is overgelegd. De gemachtigde is het niet eens met het oordeel van de kantonrechter dat de meting rechtsgeldig is en stelt dat het slechts mogelijk is om meerdere voertuigen te meten als er expliciet sprake is van een uitloopmeting. De verbalisant heeft echter in de onderhavige zaak en in de eerder aangehaalde zaak aangegeven dat hij dat voertuig heeft gemeten met een nagenoeg gelijkblijvende tussenafstand van 150 meter. Dit in combinatie met de twee zaakoverzichten waarin een identieke meting wordt beschreven vanaf hetzelfde hectometerpaaltje, maakt dat de onderhavige zaak niet vergelijkbaar is met het arrest van het hof van 17 mei 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:3413) dat de kantonrechter aan de ongegrondverklaring van het beroep ten grondslag heeft gelegd. In reactie op het verweerschrift van de advocaat-generaal heeft de gemachtigde nog naar voren gebracht dat geen sprake kan zijn geweest van een gelijkblijvende tussenafstand omdat de motor inliep op de andere motor, terwijl deze achter elkaar reden.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 140.
Snelheid volgens kalibratietabel: 133.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 129.
Toegestane snelheid: 100.
Overschrijding met: 29.
Meetafstand: 1500 m.
Tussenafstand: 150 m.
Goedkeuring kalibratie boordsnelheidsmeter geldig tot: 05-04-2022.
De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig de geldende Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen van het college van Procureurs-Generaal, uitgevoerde correctie op de met het meetmiddel gemeten (afgelezen) snelheid, volgens de kalibratietabel van het dienstvoertuig
met kenteken [kenteken2] (…)
Ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer: 14.5 R (…)
Verklaring betrokkene: Ik weet dat de maximum snelheid 100 kilometer per uur is. Ik moet op tijd op het werk zijn.
5. Het verweer van de gemachtigde treft geen doel. Het overweegt daartoe als volgt. In het arrest van 17 mei 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:3413) heeft het hof herhaald dat noch uit de wet, noch uit jurisprudentie blijkt dat het gelijktijdig meten van meerdere voertuigen niet is toegestaan. In dit kader heeft het hof verwezen naar het in de onderhavige zaak door de kantonrechter aangehaalde arrest van dit hof van 5 juni 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:4686). Uit deze arresten blijkt, anders dan de gemachtigde heeft betoogd, niet dat bij het meten van meerdere voertuigen een uitloopmeting is vereist. In arrest van 5 juni 2023 heeft het hof overwogen dat bij het meten via een boordsnelheidsmeter het uitgangspunt is dat het voertuig van de ambtenaar het voertuig volgt waarvan de snelheid moet worden vastgesteld, waarbij wordt gezorgd voor een (vrijwel) gelijkblijvende tussenafstand. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat daarvan in deze zaak sprake is geweest. Daarnaast zijn de meetafstand en de volgafstand vermeld in het zaakoverzicht. De enkele stelling van de gemachtigde dat de ambtenaar geen gelijkblijvende afstand heeft kunnen houden van het voertuig van de betrokkene, omdat hij twee voertuigen volgde, is onvoldoende om aan de waarneming van de ambtenaar en de aanwezige gegevens te twijfelen. Aldus is genoegzaam komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
6. Het voorgaande betekent dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard en dat het hof die beslissing zal bevestigen. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.