Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was eigenaar van een onroerende zaak en kreeg aanslagen afvalstoffenheffing en rioolheffing opgelegd door de gemeente Midden-Groningen voor de jaren 2020 en 2021. Hij maakte bezwaar tegen deze aanslagen vanwege vermeende overschrijding van de opbrengstlimiet, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, kende belanghebbende echter een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en stelde een proceskostenvergoeding vast.
Belanghebbende en de heffingsambtenaar stelden beiden hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank. Tijdens de zitting trok de heffingsambtenaar zijn hoger beroep in, waarna belanghebbende ook zijn incidentele hoger beroep introk. Het geschil betrof vooral de vergoeding van het griffierecht en de hoogte van de proceskostenvergoeding.
Het hof oordeelde dat het griffierecht wel vergoed moet worden en verklaarde het hoger beroep van belanghebbende gegrond. Verder bevestigde het hof dat voor de proceskostenvergoeding sprake is van één zaak per belanghebbende, waardoor de rechtbank terecht de vergoeding halveerde vanwege samenhang. Het hof verhoogde de proceskostenvergoeding aan belanghebbende tot € 680,25 en gelastte de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht te vergoeden, inclusief wettelijke rente.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor zover het griffierecht niet werd vergoed en verhoogt de proceskostenvergoeding aan belanghebbende.