Uitspraak
29 april 2025
[woonplaats](hierna: verzoeker)
De procedure
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker, belanghebbende in een bestuursrechtelijke zaak over WOZ-waarde en aardbevingsschade, verzocht op 6 maart 2025 de wraking van drie raadsheren wegens vermeende vooringenomenheid en schending van het fair trial-beginsel.
De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek ontvankelijk is en dat de raadsheren terecht procedurele beslissingen hebben genomen, zoals het verzoek om stukken over te leggen, die niet wijzen op partijdigheid. De kamer benadrukt dat wraking niet kan worden ingezet als verkapt rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen en dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn.
De wrakingskamer concludeert dat de vrees van vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd is, mede omdat de raadsheren zich richtten op de WOZ-waardebeoordeling en niet op het overheidshandelen in aardbevingszaken. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen en deze beslissing is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren is afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid.