ECLI:NL:GHARL:2025:280
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep burengeschil over snoeien en verwijderen van bomen en heesters
Partijen zijn achterburen met een geschil over het verwijderen en snoeien van bomen en heesters die over de erfgrens hangen. In hoger beroep heeft de geïntimeerde zijn eis verminderd, waarbij verwijdering van de Oostenrijkse den en fijnspar niet langer wordt gevorderd, maar alleen de verwijdering van overhang.
Het hof wijst de verminderde eis toe en bevestigt dat volgens de wet (art. 5:44 BW Pro) beplantingen die over de erfgrens hangen verwijderd moeten worden. Daarnaast worden andere bomen en heesters gesnoeid of verwijderd conform het eerdere vonnis van de rechtbank, met aanpassingen in de hoogte van snoei en de maximale dwangsom.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, behoudens enkele wijzigingen in de veroordelingen tot snoeien en verwijderen van specifieke beplantingen. De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wordt afgewezen. Omdat appellant overwegend in het ongelijk wordt gesteld, wordt hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep, waarbij in het eerste incident de kosten worden gecompenseerd en in het tweede incident aan appellant worden opgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank met enkele wijzigingen en veroordeelt appellant tot snoeien en verwijderen van overhang, met proceskostenveroordeling.