Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellanten]en ieder afzonderlijk
[appellant]en
[appellante],
[geïntimeerde] ,
1.Het verdere verloop van de procedure bij het hof
2.Waar gaat het in deze zaak (nog) om?
[de deskundige] tot deskundige benoemd.
3.3. De verdere bespreking van het geschil
6: 271 BW en 6:272 BW (de ongedaanmakingsverbintenis). Volgens [appellanten] heeft [geïntimeerde] deze grondslag niet aangevoerd. Door de vordering van [geïntimeerde] (al dan niet gedeeltelijk) op deze grondslag toe te wijzen treedt het hof in conventie buiten de rechtsstrijd van partijen, aldus [appellanten]
25 april 2023 een onderbouwing gegeven van de waarde van de door hem verrichte prestaties.
‘
1. Kunt u - na de processtukken te hebben bestudeerd en partijen te hebben gesproken voor of tijdens een rondgang ter plaatse - aangeven of respectievelijk welke van de
Het hof stelt verder voorop dat [appellanten] de deskundigheid en onpartijdigheid van de deskundige niet ter discussie stellen en ook niet de stelling betrekken dat de deskundige in de procedure van de totstandkoming van zijn rapport steken heeft laten vallen.
Hij heeft er allereerst op gewezen dat de geconstateerde hoogteverschillen aanvaardbaar zijn. De deskundige heeft zijn conclusie, anders dan [appellanten] suggereren, niet alleen gebaseerd op de situatie tijdens zijn onderzoek (meer dan vijf jaar na het aanleggen van de terrassen), maar ook met de situatie onmiddellijk na het aanleggen van de terrassen. Hij heeft immers de foto’s uit het door [geïntimeerde] overgelegde fotoboek (met foto’s tijdens en kort na de werkzaamheden) in zijn afwegingen betrokken. De deskundige heeft zijn conclusie dat de hoogteverschillen binnen de toleranties vallen daarmee afdoende gemotiveerd.
De deskundige heeft ook uitgelegd dat het ontstaan van begroeiing ter plaatse van waterdoorlatende voegen tussen terrastegels op een zandbed een onvermijdelijk verschijnsel is. Het betoog van [appellanten] dat het onkruid tussen de tegels het gevolg is van ondeugdelijk werk heeft de deskundige daarmee weerlegd.
Ten slotte heeft de deskundige uiteengezet dat de invloed van het ontbreken van afsluitbanden op het uitspoelen van de voegen gering is. Afsluitbanden zijn bedoeld om tegels op hun plaats te houden. De tegels zijn volgens de deskundige, ondanks het plaatselijk ontbreken van afsluitbanden, op hun plek blijven liggen; er is volgens de deskundige geen sprake van ‘wezenlijke verplaatsing van tegels’. De problemen met de voegen zijn dan ook niet het gevolg van het ontbreken van afsluitbanden.
Het hof volgt [appellanten] in deze kritiek. Op het door de deskundige berekende bedrag dient 22 x € 9,- = € 198,- ex btw, dus € 239,58 incl. btw, afgerond € 240,- incl. btw, in mindering te worden gebracht.
Uit de door [geïntimeerde] vervolgens verstrekte aanvullende informatie blijkt echter niet dat het zand is geleverd. [geïntimeerde] heeft afleverbonnen overgelegd die betrekking zouden hebben op de levering van het zand. Maar op deze bonnen staat niet het adres van [appellanten] als afleveradres vermeld, maar het adres van het bedrijf van [geïntimeerde] zelf. Bovendien komt het nummer van de overgelegde bonnen niet overeen met het nummer dat is vermeld op de factuur van de leverancier van het zand aan [geïntimeerde] , die eerder door [geïntimeerde] is overgelegd ter onderbouwing van zijn stelling dat hij zand heeft geleverd voor de paardenbak.
Uit het voorgaande volgt dat het hof geen rekening houdt met de kosten van zand, volgens de deskundige € 1.200,- ex btw, € 1.452,- incl. btw.
€ 240,- (correctie materiaal terrassen) + € 968,- (werk grindpaden) + € 533,- (materiaal grindpaden) = € 17.932,-.
De schriftelijke stukken die zijn overgelegd bieden deels steun aan het betoog van [appellanten] en deels steun aan het betoog van [geïntimeerde] , maar leggen per saldo onvoldoende gewicht in de schaal in het voordeel van [appellanten]