ECLI:NL:GHARL:2025:2914
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep bij overschrijding redelijke termijn in bestuursstrafzaak
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde omdat geen zekerheid was gesteld. De kantonrechter had tevens vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, maar dit leidde niet tot matiging van het sanctiebedrag omdat de kantonrechter niet aan de inhoudelijke beoordeling toekwam.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de beslissing tegenstrijdig zou zijn, aangezien het dictum niet overeenkwam met de inhoudelijke overwegingen. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van tegenstrijdigheid omdat de kantonrechter slechts vaststelde dat de termijn was overschreden zonder inhoudelijk op de sanctie in te gaan.
Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Er was geen procedure in eerste aanleg geweest waarin een sanctiebedrag was vastgesteld, waardoor matiging niet mogelijk was. Het arrest werd gewezen door rechter Van Schuijlenburg.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.