ECLI:NL:GHARL:2025:2914

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 mei 2025
Publicatiedatum
12 mei 2025
Zaaknummer
Wahv 200.347.542/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep bij overschrijding redelijke termijn in bestuursstrafzaak

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde omdat geen zekerheid was gesteld. De kantonrechter had tevens vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, maar dit leidde niet tot matiging van het sanctiebedrag omdat de kantonrechter niet aan de inhoudelijke beoordeling toekwam.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de beslissing tegenstrijdig zou zijn, aangezien het dictum niet overeenkwam met de inhoudelijke overwegingen. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van tegenstrijdigheid omdat de kantonrechter slechts vaststelde dat de termijn was overschreden zonder inhoudelijk op de sanctie in te gaan.

Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Er was geen procedure in eerste aanleg geweest waarin een sanctiebedrag was vastgesteld, waardoor matiging niet mogelijk was. Het arrest werd gewezen door rechter Van Schuijlenburg.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.347.542/01
CJIB-nummer
: 240306218
Uitspraak d.d.
: 12 mei 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 23 september 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat geen zekerheid is gesteld.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de beslissing van de kantonrechter tegenstrijdig is. Het dictum rijmt niet met de inhoud van de beslissing. In het dictum is weliswaar vermeld dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, maar de kantonrechter is overgegaan tot een inhoudelijke beoordeling door vast te stellen dat de redelijke termijn van berechting is overschreden. De kantonrechter had daarom ook het sanctiebedrag moeten matigen wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting.
3. De kantonrechter heeft overwogen dat wordt vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en dat deze termijnoverschrijding niet leidt tot matiging van het sanctiebedrag, nu de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling van de sanctie die aan de betrokkene is of had moeten worden opgelegd. De kantonrechter overweegt verder dat hij zal volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn van berechting is overschreden.
4. Naar het oordeel van het hof is van een tegenstrijdige beslissing geen sprake. Dat de kantonrechter heeft vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en heeft overwogen dat dit niet leidt tot matiging van het sanctiebedrag betekent niet dat de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie inhoudelijk heeft beoordeeld. De kantonrechter geeft niet meer aan dan dat hij op het beroep beslist terwijl de redelijke termijn van berechting is overschreden. Deze overweging zegt niets over de inhoud van de beslissing van de kantonrechter. Doordat de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard, is geen sprake van een procedure in eerste aanleg waarin een sanctiebedrag is vastgesteld (vgl. het arrest van het hof van 29 augustus 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:7252). De kantonrechter kon niet tot matiging van het sanctiebedrag overgaan.
5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.