Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder deed een dag na de geboorte van haar zoon een digitale geboorteaangifte waarbij zij de vader niet vermeldde. Twee dagen na de geboorte deed zij samen met de vader een tweede aangifte en erkende de vader het kind. Hierdoor ontstonden twee geboorteakten.
De rechtbank gaf opdracht tot doorhaling van de eerste digitale geboorteakte. De moeder ging in hoger beroep en verzocht om doorhaling van de tweede akte, omdat daarin onjuist de achternaam van de vader was vermeld.
Het hof oordeelde dat de eerste digitale aangifte rechtsgeldig was op grond van artikel 1:19 BW Pro en dat de moeder bewust had verzwegen dat zij al aangifte had gedaan om te voorkomen dat de vader gezag zou krijgen. De tweede akte, opgemaakt na de gezamenlijke aangifte, bleef daarom in stand. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en veroordeelde de moeder in de proceskosten van de vader.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de doorhaling van de tweede geboorteakte en veroordeelt de moeder in de proceskosten van de vader.