ECLI:NL:GHARL:2025:3198

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
27 mei 2025
Zaaknummer
200.352.847
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29a RvArt. 6.1.1 lid 2 JwArt. 6.1.2 lid 1 JwArt. 6.1.2 lid 2 JwArt. 6.1.2 lid 5 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen machtiging gesloten jeugdhulp wegens ontbreken persoonlijk onderzoek gedragswetenschapper

De zaak betreft een hoger beroep van verzoekster tegen een beschikking van de rechtbank die een machtiging gesloten jeugdhulp voor zes maanden had verleend. Verzoekster betoogde dat de gedragswetenschapper die instemming gaf voor de machtiging haar niet persoonlijk had onderzocht, wat wettelijk vereist is.

De GI had het verzoek ingediend en de gedragswetenschapper gaf een instemmingsverklaring af zonder persoonlijk contact met verzoekster. Hoewel er zorgen waren over suïcidale gedachten en vluchtgevaar, koos de GI bewust niet voor een spoedmachtiging. Het hof oordeelde dat de wettelijke strenge eisen voor gesloten jeugdhulp niet waren nageleefd omdat de gedragswetenschapper geen persoonlijk onderzoek had gedaan, terwijl daartoe voldoende gelegenheid was.

Het hof vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek om machtiging gesloten jeugdhulp af. De overige grieven van verzoekster behoefden geen bespreking. De uitspraak onderstreept het belang van strikte naleving van de wettelijke waarborgen bij ingrijpende jeugdhulpmaatregelen.

Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot machtiging gesloten jeugdhulp wegens ontbreken persoonlijk onderzoek en wijst het verzoek af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.352.847
(zaaknummer rechtbank Overijssel 329292)
proces-verbaal van uitspraak als bedoeld in artikel 29a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
Proces-verbaal van de mondelinge behandeling met gesloten deuren van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 13 mei 2025, door mrs. H. Phaff, voorzitter, R. Feunekes en
A.T. Bol, leden, bijgestaan door de griffier,
in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: [verzoekster] ,
advocaat: mr. L. van Straten,
en
de gecertificeerde instelling
Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Enschede,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de GI.
Aanwezig waren:
  • [verzoekster] in persoon, bijgestaan door haar advocaat, en
  • [naam1 ] en [naam2] namens de GI.
Van hetgeen op de zitting is besproken is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft het hof de zitting geschorst voor overleg in de raadkamer. Vervolgens heeft het hof de zaak doen uitroepen voor uitspraak en heeft het hof
op grond van artikel 29a Rv in het openbaar mondeling uitspraak gedaan.

De gronden

1.1
[verzoekster] is geboren [in] 2008.
1.2
[verzoekster] is de dochter van [de moeder] (verder: de moeder) en [de vader] (verder de vader).
1.3
De vader is [in] 2022 overleden.
1.4
Bij beschikking van 28 februari 2023 heeft de rechtbank het gezag van de moeder over [verzoekster] beëindigd en de GI tot voogd benoemd.
1.5
[verzoekster] is op 9 november 2023 geplaatst op een groep voor behandeling en kamertraining van [naam3] in [plaats1] . Sinds 28 augustus 2024 woonde [verzoekster] bij [naam4] .
1.6
Op 24 februari 2025 heeft de GI een verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp voor [verzoekster] voor de duur van zes maanden ingediend bij de kinderrechter (in de rechtbank Overijssel, locatie Almelo).
1.7
Een gekwalificeerde gedragswetenschapper heeft op 2 maart 2025 ingestemd met het verzoek.
1.8
Bij de beschikking van 14 maart 2025 (verder: de bestreden beschikking) heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp voor [verzoekster] verleend voor de duur van zes maanden, met ingang van 14 maart 2025 tot 14 september 2025.
1.9
Op 14 maart 2025 is [verzoekster] geplaatst op de gesloten groep [naam5] van [naam6] in [woonplaats1] .
1.1
[verzoekster] is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. [verzoekster] verzoekt het hof om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende:
  • primair: het verzoek van de GI om een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen alsnog af te wijzen, of
  • subsidiair: het verzoek van de GI om een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen toe te wijzen voor de duur van drie maanden, dus met ingang van 14 maart 2025 tot 14 juni 2025 en het meer of anders verzochte af te wijzen dan wel een beslissing te nemen als het hof juist oordeelt.
1.11
De GI heeft op de zitting verweer gevoerd.

De beoordeling

2.1
Op grond van artikel 6.1.1 lid 2 van de Jeugdwet (Jw) is [verzoekster] ontvankelijk in haar hoger beroep.
2.2
In artikel 6.1.2 lid 1 Jw staat dat de kinderrechter op verzoek een machtiging kan verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Een machtiging kan ingevolge artikel 6.1.2 lid 2 Jw slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren en de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
2.3
Het verzoek om een machtiging behoeft ingevolge artikel 6.1.2 lid 5 Jw instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.
2.4
[verzoekster] stelt in haar eerste grief dat de machtiging gesloten jeugdhulp niet voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld, want de gedragswetenschapper heeft [verzoekster] niet gezien en gesproken. De instemmingsverklaring is afgegeven op basis van slechts de stukken. De GI heeft dit op 4 maart 2025 in een telefoongesprek met de advocaat van [verzoekster] erkend. De GI heeft niet besloten alsnog een persoonlijk gesprek met de gedragswetenschapper voor [verzoekster] te plannen. Als de gedragswetenschapper geen persoonlijk onderzoek kan doen, dan staat de weg van een spoedmachtiging open maar daar heeft de GI kennelijk niet voor gekozen.
2.5
De GI heeft op de zitting gezegd dat er geen “bloedspoed” was bij het verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp en dat daarom niet gekozen is voor een spoedmachtiging maar voor een “gewone” machtiging gesloten jeugdhulp. Er waren wel grote zorgen over [verzoekster] . De hulpverlening was bang dat zij zou vluchten als zij hoorde dat een machtiging was aangevraagd. Ook waren er zorgen vanwege suïcidale gedachten bij [verzoekster] . De GI heeft geen noodzaak gezien om [verzoekster] (alsnog) te laten zien door een gedragswetenschapper.
2.6
Het hof is van oordeel dat niet is voldaan aan de strenge vereisten die de wet aan toepassing van de maatregel van gesloten jeugdzorg stelt, omdat [verzoekster] niet persoonlijk
is onderzocht door de gedragswetenschapper. Vast staat dat de gedragswetenschapper [verzoekster] niet heeft gezien en gesproken, terwijl daartoe voldoende gelegenheid is geweest. Het verzoekschrift van de GI voor een machtiging is op 24 februari 2025 ingekomen bij de rechtbank. De gedragswetenschapper heeft op 2 maart 2025 een instemmingsverklaring afgegeven. Daaruit blijkt dat [naam7] als gedragswetenschapper instemt met het verzoek van de GI. Deze gedragswetenschapper heeft [verzoekster] niet persoonlijk gesproken en onderzocht. Op 11 maart heeft mr. Van Straten het verzoek van de GI met [verzoekster] besproken. Op 14 maart 2025 was de zitting bij de rechtbank, waarbij [verzoekster] aanwezig was. Tussen de datum van indiening van het verzoekschrift en de zitting bij de rechtbank verbleef [verzoekster] op een open groep van
[naam4]en al die tijd was zij bereikbaar voor een afspraak met de gedragswetenschapper. De gedragswetenschapper had haar ook nadat de instemmingsverklaring was afgegeven en voordat de zitting plaatsvond, nog kunnen zien en spreken en daarop de instemmingsverklaring kunnen aanpassen, maar ook dat is niet gebeurd. Voor zover sprake was van vluchtgevaar en suïcidale gedachten bij [verzoekster] (in ieder geval dat laatste wordt betwist door [verzoekster] ), biedt de wet de mogelijkheid een spoedmachtiging als bedoeld in artikel 6.1.3. Jw te verzoeken. De GI heeft op de zitting gezegd dat zij daar bewust niet voor heeft gekozen omdat zij daar geen noodzaak toe zag.
Een gedwongen gesloten behandeling vormt een inbreuk op de vrijheid en het privéleven van [verzoekster] en een dergelijke plaatsing dient in het licht van artikel 5 lid 1 sub d van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), artikel 37 van Pro het Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) en artikel 15 van Pro de Grondwet, aan zware zorgvuldigheidseisen te voldoen. Een verklaring van de gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog op het verzoek tot een gesloten plaatsing kort tevoren heeft onderzocht, vormt in dat kader een waarborg. Uit vaste rechtspraak volgt dat, vanwege de ingrijpendheid van de maatregel en omdat aan de verklaring van de gedragswetenschapper groot gewicht toekomst, strenge eisen aan de verklaring van de gedragswetenschapper moeten worden gesteld. Daarom moet naar het oordeel van het hof de wettelijke bepaling in artikel 6.1.2 lid 5 Jw strikt worden toegepast.
2.7
Het voorgaande leidt er toe dat de eerste grief slaagt en de andere grieven van [verzoekster] geen bespreking behoeven, en dat de bestreden beschikking deels zal worden vernietigd en het verzoek van de GI om een machtiging gesloten jeugdhulp voor [verzoekster] te verlenen voor de duur van zes maanden alsnog zal worden afgewezen.

De beslissing:

Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 14 maart 2025, en in zoverre opnieuw beschikkende:
wijst het verzoek van de GI om een machtiging gesloten jeugdhulp voor [verzoekster] te verlenen voor de duur van zes maanden alsnog af;
wijst af het meer of anders verzochte.
De voorzitter deelt mee dat een afschrift van het proces-verbaal binnenkort aan partijen wordt toegestuurd en sluit de zitting.
Dit proces-verbaal is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de oudste raadsheer.