Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder verzocht de rechtbank Gelderland om het gezamenlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de moeder in hoger beroep ging met zes grieven.
Het hof heeft het geschil inhoudelijk onderzocht en overgenomen dat er geen sprake is van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder, die de dagelijkse zorg draagt en met de vader geen contact onderhoudt. Er is geen bewijs dat de vader de verzorging of opvoeding negatief beïnvloedt.
Hoewel de oudste minderjarige schriftelijk heeft aangegeven dat hij zijn vader al jaren niet ziet en wil dat zijn moeder het gezag alleen krijgt, acht het hof dit onvoldoende reden om het gezamenlijk gezag te beëindigen. De vader wenst contact met de kinderen en overleg met de moeder, maar de moeder staat hier niet voor open. De raad voor de kinderbescherming benadrukte dat gezagsuitoefening losstaat van contact.
Het hof concludeert dat het belang van de kinderen het handhaven van het gezamenlijk gezag vereist en bekrachtigt de bestreden beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag van de ouders en wijst het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag af.