Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Noord-Holland van 8 november 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
13 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2913, had de betrokkene, met inachtneming van de Algemene termijnenwet, uiterlijk op 24 juni 2024 zekerheid moeten stellen of kenbaar moeten maken dat wegens onvoldoende financiële draagkracht geen zekerheid kan worden gesteld.
3 juli 2024 van de gemachtigde waarin hij in stevige bewoordingen kortgezegd aangeeft dat hij en zijn echtgenote nietvan plan zijn om het bedrag van de zekerheid te voldoen omdat hem uit eerdere ervaringen is gebleken dat met het voldoen van het bedrag de zaak voor justitie is afgesloten en je verder nooit meer iets hoort. In de brief van 27 mei 2024 geeft de gemachtigde nog terloops aan dat de boete niet in verhouding staat tot de hoogte van de AOW-uitkering. Verder vermeldt de gemachtigde in de brief van 3 juli 2024 dat hij een AOW-uitkering ontvangt van € 1.200,- per maand en verzoekt hij om hem uit de brand te helpen.