De man en vrouw zijn gescheiden en betrokken bij een geschil over kinderalimentatie voor hun twee minderjarige kinderen. Na eerdere procedures en uitspraken, waaronder een buitenlandse uitspraak en meerdere beslissingen van rechtbank en hof, is het geschil voortgezet bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
De man verzocht incidenteel het hof om de vrouw te veroordelen tot het verstrekken van diverse financiële documenten over de jaren 2022 tot en met 2025, waaronder loonstroken, jaaropgaven en belastingaangiften, onder dreiging van een dwangsom. De vrouw verzette zich tegen dit verzoek en stelde dat de man geen belang had bij deze gegevens.
Het hof oordeelde dat het verzoek van de man onvoldoende belang toonde. Ten aanzien van 2022 was de beschikking van het hof inmiddels in kracht van gewijsde gegaan en had de man geen herroepingsverzoek ingediend, waardoor hij geen belang had bij inzage in die gegevens. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 was onvoldoende gesteld dat het belang bij inzage bestond, mede omdat de alimentatieplichtige zelf de bewijslast draagt om draagkracht aan te tonen en het niet overleggen van bescheiden nadelig kan worden beoordeeld.
Het hof wees het incidenteel verzoek af en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen, mede gelet op hun eerdere huwelijk. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door drie raadsheren op 17 juni 2025.