Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellanten]en ieder afzonderlijk
[appellant]en
[appellante],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerden]en ieder afzonderlijk
[geïntimeerde1]en
[geïntimeerde2],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn buren met aangrenzende percelen waarvan de juridische erfgrens in geschil is. Appellanten stellen primair dat de kadastrale grens de juridische erfgrens is, subsidiair dat de erfgrens loopt langs het voormalige hekwerk en bouwwerken die op hun perceel stonden. Geïntimeerden vorderen dat zij eigenaar zijn van een strook grond op het perceel van appellanten door verkrijgende verjaring.
De kantonrechter oordeelde dat het hekwerk en de voormalige bouwwerken sinds de jaren '70 een aaneengesloten erfafscheiding vormden waar geïntimeerden feitelijk bezit van hadden, en dat zij door verjaring eigenaar zijn geworden van de strook grond. Appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak en de vaststelling van de erfgrens.
Het hof bevestigt dat de strook grond sinds de jaren '70 tot circa 2022 in bezit was van geïntimeerden en hun rechtsvoorgangers, waarmee de verjaringstermijn is overschreden. De juridische erfgrens wordt vastgesteld als een rechte lijn tussen de ijzeren palen van het voormalige hekwerk en de houten palen die geïntimeerden hebben geplaatst, tot aan de stenen schuur. De eis van appellanten dat de kadastrale grens de juridische erfgrens is, wordt afgewezen.
Het hof wijst het verzoek van appellanten af om geïntimeerden te veroordelen tot medewerking aan inschrijving van de erfgrens in het kadaster en veroordeelt appellanten tot betaling van de proceskosten. Het arrest vernietigt het deel van het vonnis over de erfgrens en bevestigt de rest van het vonnis van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat geïntimeerden door verjaring eigenaar zijn van de strook grond en stelt de juridische erfgrens vast als een rechte lijn langs de ijzeren en houten palen tot aan de stenen schuur.