De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplichtigheid aan witwassen en diefstal. Het hof bevestigt de bewezenverklaringen en kwalificaties, maar vernietigt het vonnis voor wat betreft de strafoplegging. De politierechter had een gevangenisstraf van tien weken opgelegd, waarvan zeven voorwaardelijk; het hof legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf weken met een proeftijd van drie jaar op.
De verdachte heeft een verleden met verslaving en recidive, maar toont sinds 2023 stabiliteit en verantwoordelijkheid. Het hof acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend, maar wil met de voorwaardelijke straf een stok achter de deur bieden.
De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf wordt omgezet in een taakstraf van 80 uur, te vervangen door 30 dagen hechtenis. De benadeelde partij krijgt een schadevergoeding van €85 plus wettelijke rente toegewezen, terwijl overige vorderingen worden afgewezen wegens gebrek aan rechtstreeks verband.
Het hof verwijdert ten onrechte opgenomen artikel 420quater Sr uit de wetsartikelen, omdat schuldwitwassen niet is bewezen. De straf en maatregelen zijn in overeenstemming met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De uitspraak werd gedaan op 4 juni 2025 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij het vonnis van de politierechter grotendeels wordt bevestigd met verbeterde gronden en aangepaste strafoplegging.