In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van moord en voorbereiding daarvan in verband met de liquidatie in Beuningen op 6 juli 2020. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. In hoger beroep vernietigde het hof dit vonnis vanwege een andere bewijswaardering en sprak verdachte vrij.
Het hof oordeelde dat het DNA-spoor (een mitochondriale schaamhaar) op de bestuurdersstoel van de gebruikte Volkswagen Transporter onvoldoende betrouwbaar was om verdachte als dader aan te merken, mede omdat het spoor ook van verwanten kon zijn en de transporter in de periode voor de liquidatie door onbekenden werd gebruikt. Verder was niet bewezen dat verdachte handelingen had verricht met de voertuigen of vuurwapens die aan de voorbereidingen waren verbonden.
De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen werden afgewezen omdat verdachte niet schuldig werd verklaard. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, sprak verdachte vrij en hechtte het bevel tot voorlopige hechtenis op.