In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Ketelaar Installatie Service B.V. aansprakelijk was voor tekortkomingen in de installatie van een vloerverwarmingssysteem bij de geïntimeerde. Het hof oordeelde dat de vloerverwarming niet voldeed aan de verwachtingen en dat Ketelaar tekort was geschoten in de nakoming van haar verplichtingen.
De schadebegroting werd door het hof zelf vastgesteld, waarbij het bedrag na verrekening van reeds betaalde bedragen op €30.724,24 werd vastgesteld. Het hof nam daarbij de door Ketelaar ingebrachte alternatieve offertes grotendeels over, behalve voor de verblijfskosten elders, waar het hof het subsidiaire voorstel van de geïntimeerde redelijker vond.
Verder werd een deel van de reeds betaalde schadevergoeding met betrekking tot de vloer gecorrigeerd, omdat de geïntimeerde aannemelijk had gemaakt dat een egalisatielaag extra was door het aanbrengen van de vloerverwarming. Het hof veroordeelde Ketelaar tot betaling van de proceskosten in hoger beroep en verklaarde de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.