De minderjarige, geboren in 2016, stond sinds januari 2024 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling. De kinderrechter verlengde de ondertoezichtstelling in januari 2025 tot januari 2026 op verzoek van de GI.
De moeder ging in hoger beroep tegen deze verlenging. Het hof oordeelde dat de moeder zich volledig heeft ingezet om voor de minderjarige te zorgen, waaronder het ondergaan van een intensieve traumabehandeling die leidde tot een aanzienlijke vermindering van haar cannabisgebruik. Tevens verbeterde de hechting tussen moeder en kind en nam het zorgelijke gedrag van de minderjarige af.
Gezien deze positieve ontwikkelingen en de goede samenwerking met hulpverlening, concludeert het hof dat de ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk is. Het hof bekrachtigt de verlenging tot de datum van de beschikking en vernietigt deze voor de periode daarna, en wijst het verzoek tot verdere verlenging af.