ECLI:NL:GHARL:2025:4352
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goed vertrouwen
De rechtbank Overijssel wees het verzoek van appellant tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) af omdat hij niet aannemelijk had gemaakt te goeder trouw te zijn geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De schulden waren ontstaan door onverantwoord financieel gedrag en een schadevergoedingsmaatregel die binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek onherroepelijk was geworden.
Appellant stelde dat hij zijn financiële situatie inmiddels onder controle had gekregen en deed een beroep op de hardheidsclausule. Hij voerde aan dat de schadevergoedingsmaatregel langer dan vijf jaar geleden onherroepelijk was geworden en dat de rechtbank onzorgvuldig had gehandeld door na de zitting een uittreksel uit de Justitiële Documentatie op te vragen.
Het hof oordeelde dat de schadevergoedingsmaatregel inderdaad niet tot afwijzing op grond van artikel 288 lid 2 onder Pro c Fw leidde, maar dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was geweest bij het ontstaan van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. De verkeersboetes, een schuld wegens brandstofdiefstal en de belastingschuld waren niet te goeder trouw ontstaan.
Verder was onvoldoende gebleken van een bestendige gedragsverandering die het risico op herhaling van financiële problemen uitsluit. Appellant had nog steeds verkeersboetes en was recentelijk aangehouden voor rijden zonder rijbewijs. Ook zijn inspanningen om inkomsten te verwerven waren onvoldoende onderbouwd. Het beroep op de hardheidsclausule slaagde daarom niet.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot wsnp af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot wsnp omdat appellant niet te goeder trouw was en geen bestendige gedragsverandering heeft getoond.