Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader verzocht de rechtbank en het hof om gezamenlijk gezag met de moeder, terugverhuizing van de kinderen vanuit Spanje naar Nederland, wijziging van de omgangsregeling en oplegging van dwangsommen bij niet-nakoming. De moeder woont sinds de verhuizing met de kinderen in Spanje en oefent eenhoofdig gezag uit. De rechtbank Gelderland wees de verzoeken van de vader af en het hof bevestigt deze beslissing.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van de Verordening Brussel II-ter, aangezien de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden bij aanvang van de procedure. Het Nederlands recht is van toepassing. Uit het dossier en de mondelinge behandeling blijkt dat de relatie tussen de ouders ernstig verstoord is, met een toxische dynamiek en aanhoudende strijd, waardoor gezamenlijk gezag niet in het belang van de kinderen is.
De verhuizing van de moeder en kinderen naar Spanje is vrij geweest omdat de moeder eenhoofdig gezag had. Het hof stelt dat er geen wettelijke of feitelijke grondslag is voor terugverhuizing, mede omdat de omgang via videobellen niet wordt nagekomen, maar de verhuizing daar geen praktische belemmering voor vormt. Fysieke omgang wordt op dit moment niet haalbaar geacht vanwege de situatie van de vader. De moeder wordt verplicht geacht zich in te spannen voor contactherstel en het nakomen van de informatieregeling.
De verzoeken tot wijziging van de omgangsregeling en oplegging van dwangsommen worden afgewezen om de verhoudingen niet te verslechteren. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland van 9 oktober 2024 en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot gezamenlijk gezag, terugverhuizing en wijziging omgangsregeling.