De zaak betreft een huurkoopovereenkomst van een kassencomplex tussen V.O.F. De Orchidee c.s. en [naam3], waarbij onenigheid ontstond over de uitleg van de afspraken en het gebruik van het complex. [naam3] gebruikte het complex sinds 2016 zonder vergoeding, later met gedeeltelijke betaling van nutsvoorzieningen. In 2024 werden nieuwe afspraken gemaakt over huur en koop, maar de relatie verslechterde.
De Orchidee c.s. vorderden ontruiming en onbelemmerde toegang tot ruimtes, met dwangsommen bij niet-nakoming. [naam3] weigerde toegang te verlenen, sloot water en elektra af en verwijderde bedrijfsmiddelen, wat leidde tot kort gedingen en vonnissen. In hoger beroep bevestigde het hof dat [naam3] ontruiming moet uitvoeren binnen vier maanden en de ruimtes in goede staat moet opleveren. Het hof oordeelde dat dwangsommen terecht zijn opgelegd voor het belemmeren van toegang tot de winkel, maar vernietigde de veroordeling tot levering van internet en warmte via de gasketel.
Het hof benadrukte de bijzondere relatie tussen partijen, waarbij De Orchidee c.s. jarenlang coulance toonden. De verstoorde verhoudingen en het gedrag van [naam3] maakten ontruiming noodzakelijk. De gevorderde voorschotten voor schade en kosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De kosten van hoger beroep werden gecompenseerd.