ECLI:NL:GHARL:2025:4952
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing dwangsom wegens tijdige verzending beslissing officier van justitie
De betrokkene stelde beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het verzoek tot vaststelling van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen door de officier van justitie ongegrond verklaarde. De betrokkene voerde aan dat de beslissing pas later dan door de officier van justitie gesteld was ontvangen, waardoor een dwangsom zou zijn verbeurd.
Het hof overwoog dat de beslistermijn was geëindigd op 12 januari 2024 en dat de eerste dag van mogelijke dwangsom 2 februari 2024 was. Uit het dossier bleek dat de beslissing op 30 januari 2024 door het CJIB was verzonden. Het hof hanteerde de regel dat de verzenddatum gelijk is aan de zevende dag na dagtekening van de brief, waardoor de verzending tijdig was.
De stelling van de betrokkene dat de beslissing pas op 15 februari 2024 werd ontvangen, deed hieraan niet af. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de beslissing tijdig is verzonden en wijst het verzoek om dwangsom en proceskostenvergoeding af.