In deze civiele procedure staat een langlopend conflict centraal tussen [appellanten] en Nanada c.s. over de afrekening van royalty’s voor muziekwerken die mede door [appellant] zijn gecomponeerd. [Appellanten] vermoeden dat Nanada c.s. onvoldoende royalty’s hebben afgedragen en wensen middels een voorlopig getuigenverhoor bewijs te verzamelen.
De rechtbank wees het verzoek af wegens onevenredig belang van Nanada c.s. bij niet-heropening van de procedure. Het hof stelt dat het verzoek moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 186 (oud) Rv en dat een verzoek dat aan de formele eisen voldoet in beginsel moet worden toegewezen.
Het hof overweegt dat het belang van [appellanten] voldoende is, ondanks het verweer van Nanada c.s. dat de vordering verjaard is of reeds definitief is beslecht. Het hof beperkt het aantal te horen getuigen tot vier personen die kunnen verklaren over de royaltyberekening en afdrachten in de periode 1985 tot 2011.
De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere afdoening en Nanada c.s. worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep.