In deze zaak staat de koop van een woning centraal waarbij de koper klachten had over een onveilige veranda en asbestverontreiniging in de tuin. De verkoper had de woning in 2023 verkocht nadat een strook grond was gesaneerd wegens asbest. Na levering stelde de koper dat de veranda constructief ondeugdelijk was en dat er asbest in de tuin aanwezig was, waarvoor hij kosten vergoed wilde krijgen.
De voorzieningenrechter had eerder de verkoper veroordeeld tot betaling van onderzoekskosten en herstelkosten veranda, maar wees een voorschot op saneringskosten af. Het hof vernietigt dit vonnis en wijst slechts €3.000 toe voor de veiligheidsmaatregelen aan de veranda, omdat de koper de gevaarlijke situatie inmiddels zelf had verholpen. De vorderingen voor asbestonderzoek en saneringsvoorschot worden afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onduidelijkheid over de oorzaak en omvang van de asbestverontreiniging.
Het hof oordeelt dat de verkoper niet onjuiste inlichtingen heeft gegeven over de sanering die was goedgekeurd door de Regionale uitvoeringsdienst (RUD). De precieze oorzaak van de asbestverontreiniging in de tuin is onduidelijk en zal in een bodemprocedure moeten worden vastgesteld. De koper wordt veroordeeld tot terugbetaling van teveel ontvangen bedragen en tot betaling van proceskosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.