Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEMLEEUWARDEN
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing
3.De beslissing
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2011 te [plaats1] , en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2014 te [plaats1] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de zorg- en opvoedingsregeling voor twee minderjarige kinderen centraal, waarbij de vader en moeder verschillende wensen hadden over de verdeling van de zorg- en vakantietijden. Het hof verwees naar een eerder traject bij een jeugdhulporganisatie dat niet het gewenste resultaat had opgeleverd om de communicatie tussen de ouders te verbeteren.
De kinderen gaven schriftelijk aan tevreden te zijn met de huidige regeling en wilden geen veranderingen. De raad voor de kinderbescherming waarschuwde voor de belasting van de kinderen en stelde voor onderzoek te doen naar een ondertoezichtstelling. Het hof overwoog dat de moeizame communicatie en tegenstrijdige verklaringen van de kinderen kunnen duiden op een loyaliteitsconflict en daarmee een bedreiging voor hun ontwikkeling.
Op grond van de wettelijke bepalingen besloot het hof tot ondertoezichtstelling van de kinderen voor de duur van een jaar, waarbij het verzoek van de moeder om een bijzondere curator te benoemen werd afgewezen. De zorgregeling zoals vastgesteld door de rechtbank werd bekrachtigd en de vakantie- en feestdagenregeling werd gehandhaafd, met uitzondering van de reeds gemaakte afspraken voor de zomervakantie van 2025.
Het hof benadrukte het belang van het snel kunnen bieden van hulp aan de kinderen en verwachtte van de ouders dat zij in de toekomst onder begeleiding van de gezinsvoogd de zorgregeling zo nodig kunnen aanpassen.
Uitkomst: Het hof spreekt een ondertoezichtstelling uit en bekrachtigt de bestaande zorgregeling, terwijl het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen.