Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2025:5326

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 september 2025
Publicatiedatum
2 september 2025
Zaaknummer
200.353.984
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling kinderen

De gecertificeerde instelling (GI) heeft bij de rechtbank verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen, die van 5 februari 2024 tot 5 februari 2025 onder toezicht stonden. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. De GI ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en wilde dat het hof de beslissing van de rechtbank vernietigde en alsnog de verlenging toewijst.

Het hof heeft geoordeeld dat een ondertoezichtstelling niet kan worden verlengd nadat de door de kinderrechter bepaalde duur is geëindigd. Dit volgt uit een eerdere uitspraak van de Hoge Raad. Daarom is de GI niet-ontvankelijk in haar verzoek tot verlenging, omdat de ondertoezichtstelling op 5 februari 2025 is geëindigd en niet meer kan worden verlengd.

Het hof heeft de GI niet-ontvankelijk verklaard en is niet toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek. De ouders hebben gezamenlijk het gezag over de kinderen, die bij de vader wonen. Tijdens de procedure heeft het hof ook met twee van de kinderen gesproken over hun mening omtrent de ondertoezichtstelling.

De beslissing van het hof bevestigt dat verlenging van een ondertoezichtstelling niet mogelijk is nadat de oorspronkelijke termijn is verstreken, en dat verzoekers in hoger beroep in zo'n situatie niet-ontvankelijk zijn.

Uitkomst: De gecertificeerde instelling is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.353.984
zaaknummer rechtbank Gelderland 445574
beschikking van 2 september 2025
over de ondertoezichtstelling van
[de minderjarige1]
[de minderjarige2]
[de minderjarige3]
[de minderjarige4]
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Gelderland(de GI)
die is gevestigd in Arnhem
en
[de vader](de vader)
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. M.L.J. Wekking
en
[de moeder](de moeder)
die woont in [woonplaats2] .

1.Samenvatting

De kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, heeft de verzoeken van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de kinderen afgewezen. Het hof beslist dat dat de GI niet-ontvankelijk is in haar verzoek. Dat betekent dat het hof aan een oordeel over het verzoek van de GI niet toekomt.

2.De feiten

2.1.
De ouders hebben vier kinderen:
[de minderjarige1] , geboren [in] 2015
[de minderjarige2] , geboren [in] 2016
[de minderjarige3] , geboren [in] 2018
[de minderjarige4] , geboren [in] 2022.
2.2.
De ouders hebben samen het gezag over de kinderen.
2.3.
De kinderen wonen bij de vader.
2.4.
De kinderen waren van 5 februari 2024 tot 5 februari 2025 onder toezicht van de GI gesteld.

3.De procedure bij de kinderrechter

3.1.
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van de kinderen te verlengen met een jaar.
3.2.
De kinderrechter heeft het verzoek van de GI afgewezen.
3.3.
Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 27 januari 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De GI is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt en dat het hof haar verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de kinderen voor een jaar alsnog uitspreekt.
4.2.
De vader is het eens met de beslissing van de kinderrechter. Hij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter in stand laat.
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift
  • het verweerschrift
  • de brief van de raad van 2 juni 2025, waarin de raad zich afmeldt voor de zitting.
4.4.
[de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben ieder apart op 11 augustus 2025 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Zij hebben verteld wat zij vinden van de ondertoezichtstelling.
4.5.
De zitting bij het hof was op 12 augustus 2025. Aanwezig waren:
  • de vader met zijn advocaat
  • de moeder
  • twee vertegenwoordigers van de GI
4.6.
Na de mondelinge behandeling zijn ingekomen:
  • een brief met bijlage van de GI van 18 augustus 2025, en
  • een brief van mr. Wekking van 19 augustus 2025.
Het hof heeft deze stukken niet in behandeling genomen, aangezien het hof geen toestemming heeft gegeven voor indiening daarvan.

5.Het oordeel van het hof

Ontvankelijkheid
5.1
Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 9 juli 2021 (ECLI:HR:2021:1113) volgt, in beginsel, dat een ondertoezichtstelling niet kan worden verlengd, indien die maatregel van rechtswege na verloop van de door de kinderrechter eerder bepaalde duur is geëindigd.
5.2
In de rechtspraak [1] en in de literatuur [2] is geen eenduidig antwoord te vinden op de vraag of deze uitspraak van de Hoge Raad betekent dat GI en andere verzoekers in hoger beroep niet-ontvankelijk zijn in een verzoek tot verlenging van een ondertoezichtstelling wanneer de ondertoezichtstelling voor of tijdens de procedure in hoger beroep is verlopen. Naar het oordeel van het hof is de GI niet-ontvankelijk in haar verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. De ondertoezichtstelling is op 5 februari 2025 verlopen en kan niet alsnog “tot leven” komen en verlengd worden door het alsnog toewijzen van het verzoek.
5.3
Het hof zal de GI niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek in hoger beroep. Aan een inhoudelijk oordeel komt het hof niet toe.

6.De beslissing

Het hof:
verklaart de GI niet-ontvankelijk in haar verzoek in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, J.H. Lieber en H. Phaff, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op
2 september 2025.

Voetnoten

1.Voor niet-ontvankelijkverklaring zie bijvoorbeeld:
2.Zie bijvoorbeeld Kroniek Jeugdrecht FJR 2025/24 en Groene Serie Personen- en familierecht, aantekening 5 bij artikel 1:260 Burgerlijk Pro Wetboek