Uitspraak
- niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie op grond van artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering ter zake van het onder 3 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde;
- schuldigverklaring van verdachte zonder oplegging van een straf.
hij op of omstreeks 5 oktober 2021 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven meerdere malen, althans eenmaal, met een vuurwapen kogels op die [slachtoffer] heeft afgevuurd en/of die [slachtoffer] in het lichaam heeft geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op één of meerdere momenten in of omstreeks de periode van 29 augustus 2021 tot en met 8 oktober 2021 te [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of [plaats 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
1.Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde
2.Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde
hij op 5 oktober 2021 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, meerdere malen met een vuurwapen kogels op die [slachtoffer] heeft afgevuurd en die [slachtoffer] in het lichaam heeft geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij in de periode van 29 augustus 2021 tot en met 8 oktober 2021 te [plaats 2] en [plaats 1] en [plaats 3] , tezamen en in vereniging met anderen,
geldboetevan
€ 120.000,00 (honderdtwintigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis.
SIN: AAPH1998NL
Bijzonderheden: Seat achterlicht links
iets waarschijnlijker 2-10
waarschijnlijker 10-100
veel waarschijnlijker 100-10.000
zeer veel waarschijnlijker 10.000-1.000.000
extreem veel waarschijnlijker > 1.000.000
Die dag verplaatst de telefoon zich vanuit [plaats 6] naar [plaats 4] . Op de dagen erna wordt meerdere malen de route [plaats 6] - [plaats 4] afgelegd, in [plaats 4] worden Cell-ID’s gebruikt die op korte afstand van [adres 14] te [plaats 4] staan. Dat is het woonadres van slachtoffer [slachtoffer] .
het hof overweegt dat op deze foto de persoon staat die in bewijsmiddel 21 wordt aangeduid als NN3). Ik ben de persoon die daarop rechts in beeld te zien is, met een capuchon op en een telefoon in mijn hand. Op 5 oktober 2021 was ik daar in de buurt. Ik was op die dag ook in [plaats 1] . Ik heb daar bij de [winkel 1] handschoenen gekocht. Ik heb medeverdachte [medeverdachte 2] gebeld en hem gevraagd wat hij aan het doen was. Een uur later heb ik hem gezien in [plaats 3] . Ik was vanuit [plaats 5] naar [plaats 1] gereden. Het kan kloppen dat ik de sites heb bekeken die u, voorzitter, mij voorhoudt. Medeverdachte [medeverdachte 1] ken ik.