Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlasteleggingen
hij op 6 juli 2021 te Amsterdam in vereniging Peter R. de Vries heeft vermoord, welk feit al dan niet is begaan met een terroristisch oogmerk;
subsidiair
hij in de periode 1 april 2021 tot en met 6 juli 2021 in Nederland (in vereniging) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] opzettelijk heeft uitgelokt om Peter R. de Vries te vermoorden, althans opzettelijk van het leven te beroven, welk feit al dan niet is begaan met een terroristisch oogmerk;
hij op 5 en/of 6 juli 2021 in Nederland in vereniging een pistoolmitrailleur, een getransformeerd pistool en bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, welk feit al dan niet is begaan met een terroristisch oogmerk;
hij in de periode 1 april 2021 tot en met 31 augustus 2021 in Nederland heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , en/of met een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (terroristische) misdrijven, te weten moord (met een terroristisch oogmerk), (zware) mishandeling met voorbedachten rade, heling en het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (begaan met een terroristisch oogmerk);
hij in de periode 1 april 2021 tot en met 31 augustus 2021 in Nederland heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit verdachte, verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 8] , en/of met een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (terroristische) misdrijven, te weten moord (met een terroristisch oogmerk), (zware) mishandeling met voorbedachten rade, heling en het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (begaan met een terroristisch oogmerk).
3.Vonnis van de rechtbank
4.Voorvragen
voegingvan stukken bij de processtukken is op grond van artikel 315 lid 1 Sv Pro in verbinding met artikel 415 Sv Pro of de noodzaak van het verzochte is gebleken. Bij het nemen van een beslissing hierover moet de rechter in aanmerking nemen dat op grond van artikel 149a lid 2 Sv in beginsel alle stukken aan het dossier dienen te worden toegevoegd die voor de ter terechtzitting door hem te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn. Het gaat hierbij dus om de relevantie van die stukken.
inzagein specifiek omschreven stukken. Bij de beoordeling van zowel verzoeken tot het voegen van stukken bij de processtukken als verzoeken tot het verkrijgen van inzage in specifiek omschreven stukken, is onder meer van belang in hoeverre die stukken relevant (kunnen) zijn voor de door de rechter te nemen beslissingen.
5.Onderzoeken Iraklia en Hendon
6.Beoordeling van het bewijs
- [telefoonnummer 1] in gebruik bij [medeverdachte 2] ;
- [telefoonnummer 2] (Matrix id) in gebruik bij [medeverdachte 2] ;
- [telefoonnummer 3] in gebruik bij [medeverdachte 1] ;
- [telefoonnummer 4] in gebruik bij [medeverdachte 1] ;
- [telefoonnummer 5] in gebruik bij [medeverdachte 1] ;
- [telefoonnummer 2] (Matrix id) in gebruik bij [medeverdachte 1] ;
- [telefoonnummer 6] in gebruik bij [verdachte] ;
- [telefoonnummer 7] in gebruik bij [verdachte] ;
- [telefoonnummer 8] (Matrix-id) in gebruik bij [verdachte] ;
- [telefoonnummer 9] in gebruik bij [verdachte] ;
- [telefoonnummer 10] (Matrix-id) in gebruik bij [verdachte] ;
- [telefoonnummer 11] in gebruik bij [medeverdachte 8] ;
- [telefoonnummer 12] in gebruik bij [medeverdachte 8] ;
- [telefoonnummer 2] (Matrix id) in gebruik bij [medeverdachte 8] .
7.Bewezenverklaring
hij op 6 juli 2021 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade, P.R. de Vries van het leven heeft beroofd, door met een vuurwapen in op het hoofd van P.R. de Vries te schieten, ten gevolge waarvan hij op 15 juli 2021 is overleden;
hij op 5 juli 2021 en 6 juli 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen voorhanden heeft gehad
- een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistoolmitrailleur van het merk Heckler & Koch, type MP-5K, kaliber 9mm x 19
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een getransformeerd pistool van het merk Zoraki, type 917, kaliber 9mm kort,
- munitie van categorie III onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten 14 patronen van het kaliber 9mm kort en 46 patronen van het kaliber 9mm x 19;
hij in de periode van 1 april 2021 tot en met 31 augustus 2021 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit verdachte, [medeverdachte 1] en een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
- moord,
- mishandeling en zware mishandeling, met voorbedachten rade,
- heling en
- het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie.
8.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
9.Strafbaarheid van de verdachte
10.Benadeelde partij
immateriële schade (totaal)€ 57.500,00
materiële schade (totaal)€ 1.894,52
- enkele hoofdstukken uit het boek dat zij en De Vries aan het schrijven waren,
- een e-mailbericht met daarin een verklaring van een vriend over de innige relatie tussen de benadeelde partij en De Vries,
- een WhatsApp bericht aan een vriend waarin staat dat zij door De Vries ten huwelijk is gevraagd,
- een WhatsApp bericht over het bezichtigen van een woning,
- een condoleancekaartje van een makelaar en
- een WhatsApp-gesprek van De Vries aan een vriend waarin hij schrijft hoe veel hij van haar houdt.
- de aard, de toedracht en de gevolgen van de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad, waaronder de intentie van de dader en de aard en ernst van het aan het primaire slachtoffer toegebrachte leed;
- de wijze waarop het secundaire slachtoffer wordt geconfronteerd met de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan. Daarbij kan onder meer worden betrokken of hij door fysieke aanwezigheid of anderszins onmiddellijk kennis kreeg van het onrechtmatige handelen jegens het primaire slachtoffer, of dat hij nadien met de gevolgen van dit handelen is geconfronteerd. Bij een latere confrontatie kan een rol spelen in hoeverre dit onverhoeds was;
- de aard en hechtheid van de relatie tussen het primaire slachtoffer en het secundaire slachtoffer.
11.Oplegging van straf
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
13.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
26 (zesentwintig) jaren en 1 (één) maand.
€ 38.222,41 (achtendertigduizend tweehonderdtweeëntwintig euro en eenenveertig cent)bestaande uit
€ 722,41 (zevenhonderdtweeëntwintig euro en eenenveertig cent)materiële schade en
€ 37.500,00 (zevenendertigduizend vijfhonderd euro)immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.