Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te wijzen, was afgewezen.
De kinderen wonen bij de moeder en stonden twee jaar onder toezicht. De communicatie tussen de ouders verloopt moeizaam, waarbij de vader onvoldoende proactief en betrokken is in gezagsbeslissingen. Ondanks eerdere waarschuwingen en aanwijzingen van de rechtbank en de gezinsvoogd is hierin geen verbetering opgetreden.
Het hof stelt vast dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen is en dat er geen redelijke verwachting is dat de situatie binnen afzienbare tijd verbetert. Daarom vernietigt het hof de bestreden beschikking en wijst het het eenhoofdig gezag toe aan de moeder, waarbij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
De vader was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling, hoewel hij naar behoren was opgeroepen. Het hof bevestigt de Nederlandse rechtsmacht en het toepasselijke recht en baseert haar oordeel op artikel 1:253n BW en de relevante internationale regelgeving.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder toe en beëindigt het gezamenlijk gezag, waarbij de moeder het eenhoofdig gezag krijgt over de kinderen.