Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter had de bewindvoerder een verzoek tot toekenning van een verhuiskostenvergoeding van €388 geweigerd, omdat er volgens de rechtbank geen sprake was van uitzonderlijke omstandigheden.
De bewindvoerder was benoemd om het vermogen van de betrokkene te beheren en had werkzaamheden verricht in verband met diens verhuizing naar een zelfstandige woonruimte. Zij stelde dat de vergoeding volgens de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren toekwam bij voorkomend geval van verhuizing, zonder dat uitzonderlijke omstandigheden vereist zijn.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte een criterium van uitzonderlijke omstandigheden had gehanteerd, terwijl de regeling slechts spreekt van voorkomend geval. Omdat de betrokkene geen mentor had, was de bewindvoerder verantwoordelijk voor de verhuizing en kwam haar de vergoeding toe.
Het hof vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en kende de verhuiskostenvergoeding van €388 toe aan de bewindvoerder.
De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 4 februari 2025.
Uitkomst: De bewindvoerder krijgt een verhuiskostenvergoeding van €388 toegekend wegens de verhuizing van de betrokkene.