In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland is verdachte veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en bedreiging met een vuurwapen. Het hof gaat uit van een andere feitelijke constellatie dan door verdachte is aangevoerd en verwerpt het noodweerverweer.
Uit verklaringen van aangever en getuigen blijkt dat verdachte agressief gedrag vertoonde door onder meer een stuk glas te gebruiken om aangever te verwonden. Het hof bevestigt dat sprake is van opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Verdachte heeft het verweer van het ontbreken van opzet en noodweer niet overtuigend kunnen onderbouwen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op. Het hof acht deze straf passend maar legt deze deels voorwaardelijk op vanwege de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder gedragsverbetering en het ontbreken van recidive sinds de feiten. De straf bestaat uit 12 maanden gevangenisstraf waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.