ECLI:NL:GHARL:2025:5709

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 september 2025
Publicatiedatum
18 september 2025
Zaaknummer
200.357.705
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 811 lid 2 RvArt. 6 EVRMArt. 3 Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kindArt. 5.1 lid 2 onder e Wet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geheimhouding dossierinformatie ter bescherming persoonlijke levenssfeer en veiligheid minderjarige

In deze zaak heeft de raad voor de kinderbescherming een verzoek ingediend om bepaalde informatie uit het dossier geheim te houden voor de vader en stiefvader van de minderjarige. Het verzoek betreft het niet delen van het niet aangepaste verweerschrift en een raadsrapportage van 28 februari 2025.

Het hof overweegt dat het uitgangspunt in procedures is dat alle belanghebbenden dezelfde stukken kunnen inzien, conform artikel 6 EVRM Pro. Echter kan hiervan worden afgeweken op grond van artikel 811 lid 2 Rv Pro, indien het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt. De raad beroept zich tevens op artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind.

Het hof oordeelt dat het belang van de persoonlijke levenssfeer en veiligheid van de minderjarige en haar moeder zwaarder weegt dan het inzagerecht van vader en stiefvader. De vader is al jaren niet betrokken bij de minderjarige en er loopt een strafrechtelijk onderzoek tegen hem. De stiefvader wordt verdacht van poging tot doodslag op de vader. Daarom wordt besloten dat vader en stiefvader alleen het aangepaste verweerschrift ontvangen en geen inzage krijgen in het volledige raadsrapport.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is op 18 september 2025 door het hof Arnhem-Leeuwarden uitgesproken.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek toe om bepaalde dossierinformatie niet te delen met vader en stiefvader ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en veiligheid van de minderjarige.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.357.705
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 589276
beschikking van 18 september 2025op grond van artikel 811 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering
over de minderjarige
[de minderjarige]( [de minderjarige] )
in de zaak van
[verzoekster](de moeder)
die woont op een bij het hof bekend adres
advocaat: mr. I.P. Rietveld
en
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
die is gevestigd in Utrecht
en
de gecertificeerde instelling
Stichting Samen Veilig Midden Nederland(de GI)
die is gevestigd in Utrecht
en
[naam1](de vader)
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. M. Cortet
en
[naam2](de stiefvader)
verblijvende in de penitentiaire inrichting in [plaats2]
advocaat: mr. L. Rijsdam

1.Procesverloop

1.1.
Het hof heeft kennisgenomen van het op 1 september 2025 ingekomen verzoek van de raad en het verweerschrift van de raad waarin wordt verzocht om bepaalde informatie uit het dossier geheim te houden voor de vader en de stiefvader op grond van artikel 811 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
1.2.
De raad verzoekt het hof om bepaalde passages van het verweerschrift van de raad niet met de vader te delen. De raad heeft een aangepaste versie van het verweerschrift aan het hof verstrekt, welke volgens de raad naar vader kan worden gestuurd.
1.3.
Daarnaast verzoekt de raad de nog na te zenden raadsrapportage van 28 februari 2025 niet met de vader en de stiefvader te delen. De raad heeft laten weten eerder het eigen gespreksverslag en een gedeelte van de conclusie van de rapportage met de vader en de stiefvader te hebben gedeeld.

2.Beoordeling

2.1.
Het hof beslist dat de vader en de stiefvader enkel het aangepaste verweerschrift van de raad dienen te krijgen en dat de vader en de stiefvader geen afschrift krijgen van het raadsrapport van 28 februari 2025. Het hof legt die beslissing hieronder uit.
2.2.
Het uitgangspunt in een procedure is dat alle belanghebbenden kunnen kennisnemen van dezelfde stukken. Dit is van groot belang voor een eerlijke procedure als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Artikel 811 lid 2 Rv Pro bepaalt in dat kader dat – in zaken over minderjarigen – inzage of afschrift van stukken aan belanghebbenden op bepaalde gronden kan worden geweigerd door de rechter aan wie de bescheiden zijn overgelegd. Zo blijft het openbaar maken van informatie onder ander achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. [1]
2.3.
De raad doet in haar verzoek van 1 september 2025 om bepaalde delen van het verweerschrift niet te delen een uitdrukkelijk beroep op artikel 3 van Pro het Internationale Verdrag voor de rechten van het kind en verwijst naar het belang van de veiligheid en privacy van [de minderjarige] . Het hof is, met de raad, van oordeel dat het weigeren van inzage in het niet aangepaste verweerschrift van de raad aan de vader en het volledige raadsrapport aan de vader en aan de stiefvader, in dit geval noodzakelijk is om de persoonlijke levenssfeer van [de minderjarige] en de moeder, en meer in het bijzonder hun veiligheid, te eerbiedigen. Dit belang van [de minderjarige] en de moeder weegt zwaarder dan het belang van de vader en de stiefvader bij inzage in het niet aangepaste verweerschrift en het raadsrapport.
2.4.
Ten aanzien van de vader geldt dat hij al een aantal jaren niet betrokken is in het leven van [de minderjarige] en dat [de minderjarige] geen contact met hem wil. Gelet op de huidige situatie, waarin een strafrechtelijk onderzoek tegen de vader loopt, en vanwege [de minderjarige] en haar privacy vindt het hof het niet in haar belang als de vader inzage krijgt in het niet aangepaste verweerschrift van de raad en/of in het raadsrapport van 28 februari 2025.
2.5.
Ten aanzien van de stiefvader geldt dat hij niet meer informatie dient te verkrijgen dan de vader, mede gelet op de strafprocedure tegen de stiefvader wegens de verdenking van poging tot doodslag op de vader op 1 januari 2025. Dit betekent dat de stiefvader, net als de vader, geen inzage zal krijgen in het niet aangepaste verweerschrift van de raad, maar in plaats daarvan, het aangepaste verweerschrift van de raad zal ontvangen, en ook geen inzage zal krijgen in het raadsrapport van 28 februari 2025.

3.De beslissing

Het hof:
3.1.
onthoudt de vader en de stiefvader (en hun beider advocaten) inzage in het niet aangepaste verweerschrift van de raad;
3.2.
onthoudt de vader en de stiefvader (en hun beider advocaten) inzage in het rapport van 28 februari 2025 van de raad voor de kinderbescherming;
3.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, R. Feunekes en A.L.H. Ernes, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 18 september 2025.

Voetnoten

1.Artikel 5.1 lid 2 onder e van de Wet open overheid.