In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland de vrouw veroordeeld tot betaling van € 30.404,97 aan de man vanwege een tussen partijen gesloten geldleningsovereenkomst. Deze beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor onmiddellijke tenuitvoerlegging mogelijk was.
De vrouw heeft hoger beroep ingesteld en tegelijkertijd verzocht om schorsing van de werking van deze uitvoerbaarverklaring. De man heeft zich bereid verklaard om de tenuitvoerlegging op te schorten in afwachting van de uitspraak in hoger beroep en heeft verzocht het verzoek van de vrouw zonder mondelinge behandeling toe te wijzen om proceskosten te besparen.
Het hof heeft het verzoek van de vrouw tot schorsing van de uitvoerbaarheid van de bestreden beschikking toegewezen. Hierdoor is de betaling van € 30.404,97 opgeschort totdat het hof in de hoofdzaak een definitieve beslissing neemt. De mondelinge behandeling is komen te vervallen omdat partijen hiervan hebben afgezien.
Deze beslissing voorkomt onnodige proceskosten en draagt bij aan een efficiënte afhandeling van het hoger beroep.