Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2025:5857

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 september 2025
Publicatiedatum
23 september 2025
Zaaknummer
200.355.681/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake betwiste betaling van facturen door Abcsolar

In deze civiele zaak vordert [geïntimeerde1] betaling van diverse facturen ter hoogte van € 12.164,76, welke door Abcsolar c.s. betwist worden met het verweer dat deze facturen contant zijn voldaan. De kantonrechter kende de volledige vordering toe, vermeerderd met rente en kosten.

Abcsolar c.s. zijn in hoger beroep gegaan met het verzoek de vordering grotendeels af te wijzen en terugbetaling te gelasten van onterecht betaalde bedragen. Het hof deelt de facturen op in drie groepen: een factuur die erkend wordt niet betaald te zijn, twee facturen waarvoor contante betaling aannemelijk is gemaakt via paraaf en bijschrift, en zes facturen waarvoor het bewijs van contante betaling ontbreekt.

Het hof wijst het betalingsverweer toe voor de twee facturen met paraaf en bijschrift en bevestigt de toewijzing voor de niet-betaalde factuur. Voor de overige facturen wordt Abcsolar c.s. toegestaan bewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoren die door de raadsheer-commissaris zullen worden afgenomen. Nadere procedurele instructies worden gegeven, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: Het hof wijst het betalingsverweer toe voor twee facturen, bevestigt toewijzing voor één factuur en draagt bewijslevering op voor overige facturen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.355.681/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 11153607
arrest van 23 september 2025
in de zaak van

1.Abc solar V.O.F., handelend onder de naam Abcsolar,

die is gevestigd in Groningen,
2. [appellant1],
die woont in [woonplaats1 ] ,

3. [appellant2]

die woont in [woonplaats1 ] ,
die hoger beroep hebben ingesteld,
en bij de kantonrechter optraden als gedaagden,
hierna samen:
Abcsolar c.s.,
advocaat: mr. E.T. van Dalen te Groningen,
tegen
[geïntimeerde1] , h.o.d.n. [naam1],
die woont in [woonplaats3] ,
en bij de kantonrechter optrad als eiser,
hierna:
[geïntimeerde1],
niet verschenen.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
Abcsolar c.s. hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, op 7 januari 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit de dagvaarding in hoger beroep en de memorie van grieven (met producties). Tegen de niet in het hoger beroep verschenen [geïntimeerde1] is ‘verstek’ verleend.

2.De kern van de zaak

2.1
In deze zaak heeft [geïntimeerde1] betaling gevorderd van een aantal facturen die volgens Abcsolar c.s. contant zijn voldaan. De facturen waar het om gaat, zijn in drie groepen onder te verdelen, tot een totaal van € 12.164,76. De kantonrechter heeft de vordering tot dit bedrag geheel toegewezen, vermeerderd met rente en kosten. De bedoeling van het hoger beroep is dat de vordering voor het grootste deel wordt afgewezen en dat [geïntimeerde1] wordt veroordeeld tot terugbetaling van wat op grond van het veroordelende vonnis ten onrechte is betaald.

3.Het oordeel van het hof

3.1
Het hof zal Abcsolar c.s. bewijs opdragen van hun verweer dat een groot deel van de facturen contant is betaald. Dat wordt hierna uitgelegd.
3.2
De facturen zijn onder te verdelen in de volgende drie groepen:
- Factuur [nummer1] (€ 3.630)
3.3
Abcsolar c.s. erkennen dat deze factuur nog moet worden betaald. In zoverre is de vordering toewijsbaar. Ter discussie staat niet dat die veroordeling tegen Abcsolar c.s. hoofdelijk kan worden uitgesproken, zoals de kantonrechter ook heeft gedaan. De veroordeling zal in het eindarrest worden uitgesproken.
- Facturen [nummer2] (€ 123,42) en [nummer3] (€ 1.011,56)
3.4
Betaling van deze facturen is betwist, maar Abcsolar c.s. hebben in hoger beroep (alsnog) twee van een paraaf voorziene facturen overgelegd waarop is bijgeschreven dat contant is betaald. Niet bestreden is dat die paraaf en het bijschrift door [geïntimeerde1] zijn geplaatst. Daarmee slaagt het betalingsverweer. De afwijzing zal in het eindarrest worden uitgesproken.
- Facturen [nummer4] (€ 1.222,10), [nummer5] (restant € 145,20), [nummer6] (€ 2.359,50), [nummer7] (€ 677,60), [nummer8] (€ l.301,38)en [nummer9] (€ 1.694).
3.5
Betaling van deze facturen is ook bestreden, maar een afdoende bewijs van dat verweer ontbreekt in hoger beroep nog steeds. Uit de overgelegde WhatsAppberichten valt niet de contante betaling van specifieke facturen te destilleren. Omdat Abcsolar uitdrukkelijk bewijs van deze betalingen hebben aangeboden, is het hof echter gehouden hen daartoe de gelegenheid te geven.

4.De beslissing

Het hof:
4.1
Het hof laat Abcsolar c.s. toe te bewijzen dat de onder 3.5 behandelde facturen contant zijn voldaan;
4.2
Als getuigen worden gehoord, zal raadsheer-commissaris mr. Zandbergen de getuigen verhoren in het Paleis van Justitie aan het Wilhelminaplein 1 in Leeuwarden. Partijen moeten daar zelf bij aanwezig zijn.
4.3
Abcsolar c.s. moeten op dinsdag 21 oktober 2025 laten weten hoeveel getuigen zij willen laten horen met opgave van de verhinderdagen van die getuigen, van partijen en van hun advocaten. Daarna stelt het hof de dag en het tijdstip van het verhoor vast. Dat gebeurt ook als de opgave onvolledig is.
4.4
Abcsolar c.s. moeten de namen en woonplaatsen van de getuigen ten minste een week voor het getuigenverhoor aan de wederpartij en de griffier van het hof opgeven.
4.5
Een partij die tijdens het getuigenverhoor nieuwe stukken wil indienen, moet het hof en de wederpartij daarvan uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een kopie sturen.
4.6
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.W. Zandbergen, H. de Hek en M.A.M. Essed, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
23 september 2025.