Uitspraak
1.Samenvatting
- de moeder niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep voor zover dat is gericht tegen de beschikking van 10 maart 2025;
- de vader belanghebbende is in de zaak over de uithuisplaatsing en dat hij geen belanghebbende is in de zaak over de schriftelijke aanwijzing;
- de gezinshuisouders in geen van de twee zaken belanghebbenden zijn;
- het hof de beschikking van 13 mei 2025 zal vernietigen omdat het hof van oordeel is dat de rechtbank ten onrechte niet alle stukken met de vader heeft gedeeld;
- het verzoek van de moeder om in hoger beroep bepaalde stukken niet te delen met de vader, wordt afgewezen en
- het verzoek van de moeder om haar psycholoog te horen wordt toegewezen.
2.De feiten
3.De procedure bij de kinderrechter en de rechtbank
4.De procedure bij het hof
- zelfstandig te bepalen dat het perspectief op terugkeer naar de moeder open dient te blijven, althans SAVE op te dragen het perspectiefbesluit te heroverwegen met inachtneming van het oordeel van het hof;
- voor zover het hof vindt dat het opvoedperspectief op dit moment aan de orde moet komen, opdracht te geven voor een onderzoek door een (andere) deskundige;
- de schriftelijke aanwijzing van SAVE van 24 maart 2025 vervallen te verklaren en
- te bepalen dat de moeder tweemaal per week omgang heeft met [de minderjarige] , op woensdag uit school tot 18.00 uur en op zaterdag van 14.00 tot 18.00 uur en in de vakanties vier uur, in elk geval een zodanige omgang die het hof in het belang van [de minderjarige] acht maar ten minste gedurende 2,5 uur per week en in de vakanties gedurende vier uur.
- het beroepschrift, ontvangen op 26 juni 2025;
- het verweerschrift van SAVE;
- een e-mailbericht van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad) van 15 juli 2025 waarin de raad zich afmeldt voor de zitting van 28 augustus 2025 en
- de stukken van de moeder van 17 juli 2025, 18 juli 2025, 30 juli 2025 en 13 augustus 2025.
- de moeder met haar advocaat en
- een vertegenwoordiger van SAVE.