Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
advocaat: mr. S. Heeroma,
1.[adoptievader] (de adoptievader), en
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep na verwijzing
‘’Aanvullend verweer’’.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De adoptieouders verzochten het hof om erkenning van een adoptiebeslissing van een Gambiaanse rechtbank en, bij afwijzing daarvan, om adoptie van het kind naar Nederlands recht uit te spreken. De zaak werd na vernietiging door de Hoge Raad verwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden.
Het hof oordeelde dat zowel de adoptievader als de adoptiemoeder hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden, waardoor de Gambiaanse adoptiebeslissing niet van rechtswege erkend kon worden op grond van artikel 10:108 BW Pro. Ook werd vastgesteld dat de bepalingen van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) niet waren nageleefd, waardoor erkenning op grond van artikel 10:109 BW Pro niet mogelijk was.
Daarnaast kon de adoptiebeslissing niet alleen ten aanzien van de adoptiemoeder worden erkend, omdat de adoptie in Gambia door beide ouders gezamenlijk was aangevraagd en een gedeeltelijke erkenning zou ingrijpen in de reikwijdte van de oorspronkelijke beslissing. Het verzoek tot adoptie naar Nederlands recht werd eveneens afgewezen wegens niet-naleving van de Wobka.
Het hof concludeerde dat erkenning van de adoptie niet in het belang van het kind was, mede omdat het kind inmiddels meerderjarig is en nog niet eerder in Nederland verbleef. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst de verzoeken van de adoptieouders tot erkenning van de Gambiaanse adoptiebeslissing en tot adoptie naar Nederlands recht af.