Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De feiten
Artikel 4. VERDELING OVERIGE VERMOGENSBESTANDDELEN VAN DE HUWELIJKSGEMEENSCHAP
Nagekomen baten en/of lasten
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2015 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2020 gescheiden met afspraken over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en kinderalimentatie. Appellant stelt dat geïntimeerde een Volkswagen Polo heeft verzwegen die tot de gemeenschap behoorde, en dat zij haar aandeel in de auto aan hem heeft verbeurd op grond van artikel 3:194 BW Pro. Tevens vordert appellant vergoeding van kosten die hij voor geïntimeerde heeft voldaan, welke verrekend zouden worden met kinderalimentatie.
Het hof oordeelt dat de Polo weliswaar tot de gemeenschap behoorde, maar dat het niet is komen vast te staan dat geïntimeerde wist dat de auto tot de gemeenschap behoorde toen zij deze op naam van haar zus zette. Het beroep op verbeurdverklaring op grond van artikel 3:194 BW Pro wordt daarom verworpen. Ook wijst het hof het beroep op het convenant af, omdat partijen bij de scheiding hun eigen auto's zouden behouden zonder verrekening.
Ten aanzien van de kosten die appellant heeft voorgeschoten, wijst het hof de vordering deels toe tot een bedrag van €1.192,19 wegens ongerechtvaardigde verrijking van geïntimeerde, met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. Andere kosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of omdat deze onder het convenant vallen. Het hof veroordeelt geïntimeerde tot betaling van dit bedrag en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van €1.192,19 met wettelijke rente, overige vorderingen worden afgewezen.